De kleine, afgescheiden ziel kan transformeren tot een grote ziel, als ze bereid is zich door loslaten en overgave open te stellen voor de grenzeloze en holografische intelligentie van de Eenheid.
De grootste moeilijkheid is te weten wat we weten en wat we niet weten. Met die stelling begint Tertium Organum van P.D. Ouspensky.
Als mens beschikken we over twee vermogens om onze wereld en onszelf in die wereld te kennen: denken en voelen. Die twee vermogens worden ondersteund door de functie herinneren van het geheugen. We registreren wat we waargenomen, gedacht en gevoeld hebben. Ons handelen – de derde pijler van wie wij zijn – is een experimenteel omgaan met de omgeving. We doen nieuwe waarnemingen in voelen en denken en slaan die op in ons geheugen, zodat we ons die later kunnen herinneren.
Denken of overdenken, reflecteren is het herkauwen – dat is: herschikken – van opgeslagen informatie. Daarbij worden ook ‘nieuwe gedachten’ geconstrueerd en geregistreerd. Op die manier kunnen we ook over onszelf reflecteren. Ik ervaar mijzelf als een wat langer durende informatiekern.
Lange tijd werd vooral een heel efficiënt menselijk denken – de intelligentie – sterk gewaardeerd. Er bestonden en bestaan genormeerde testen om deze intelligentie te meten, wat resulteert in een cijfer dat IQ of intelligentiequotiënt wordt genoemd. Recenter is ook een EQ of emotioneel quotiënt gedefinieerd, wat een maat zou zijn voor ons gevoelsmatige vermogen en zijn efficiëntie, de intelligentie van ons gevoel. Een andere beperkte intelligentie.
Een sprekende illustratie bij wat voorafging komt voor in een dialoog in de film ex Machina (2014). Er wordt gesproken over Mary in the black and white room, een lerend artificieel bewustzijn in een zwart-witte kamer. Kentheoretisch alles weten over kleuren – bijvoorbeeld precieze golflengten – doet iets anders met je dan wat jouw bewustzijn aandoet als je uit die zwart-witte kamer onze fel gekleurde wereld betreedt.
De kenvermogens zijn intiem verbonden met het menselijke bewustzijn maar vallen daar niet mee samen. Intuïtief zien we bewustzijn als groter dan die eerste twee. In een ander vocabularium: de ziel is groter dan mijn denken en voelen.
De ziel is bovendien ook weer groter dan bewustzijn. Zij heeft haar eigen intelligentie, waarvan we sporen kunnen waarnemen in onze intuïtie. De ziel is opgebouwd uit en wordt gevoed door ons denken en voelen maar bevat weten dat ouder is dan ik zelf. Ouder dan de informatiekern van dit leven. Dit weten heeft een bepalende invloed op hoe wij denken en voelen en herinneren. Het bepaalt het denk- en waarnemingskader. Het moduleert het functioneren van onze zintuigen. Het bepaalt ons doen.
Daarin zie je dat de ziel en haar inhouden ook beperkend zullen zijn. Zij stellen grenzen aan wat ik kennen kan, aan wat ik weten kan. Aan de goede daden waaruit ik kan kiezen.
Mijn ziel leert de wereld kennen! De ziel bepaalt hoe ik de wereld waarneem. En door de geheugenfunctie houden mijn beperkte waarnemingen – en dus ik – de ziel dan weer gevangen.
De ziel kan in haar inhouden de uitnodiging met zich mee dragen om de wereld te leren kennen, om God te willen kennen. Daartoe zal zij een ziel moeten worden die haar beperkingen heeft afgelegd. Anders: een Ziel die naar haar oorsprong is teruggekeerd. Rijk beladen met de ervaringen van vele menselijke levens. Zonder een kern die eigen-zinnig en afgescheiden wil blijven bestaan.
De uitgezonden prins uit ‘Het lied van de parel’ krijgt na zijn terugkeer in het land van oorsprong zijn koninklijke mantel opnieuw omgeslagen. In Egypte viel hij in slaap door van hun voedsel te eten. Zijn vader-moeder sturen hem een adelaar met een brief om hem te doen herinneren zijn koninklijke afkomst en zijn opdracht: hij moet de parel ontfutselen aan de draak en mee terugnemen naar zijn koninkrijk. Waarvoor staat de parel? Iets, een kwaliteit, die hier in Egypte aanwezig is maar gevangen door de draak. Gevangen zijn is beperkt zijn in actieradius. Zoals de menselijke intelligentie gevangen wordt gehouden door de draak van herinnerd weten, de zelfgeschapen draak van het verkeerdelijk – dat is: in vergeten van de oorsprong – gebruiken van het intelligente vermogen.
De afstand tussen ziel en Ziel is heel erg groot, een wereld van verschil. En tegelijkertijd raken zij aan elkaar en is een omzetting van de kleine ziel in de grote Ziel mogelijk, en zij begint met een eerste stap in die richting die hier en nu genomen wordt. Hier en nu, bij mijn actuele bewustzijn met heel zijn intelligentie, bij alles wat ik ben en weet. Bij ik. Het proces stelt meteen de vraag: ben ik bereid mijzelf op te geven, los te laten? Ben ik bereid en in staat tot zelfovergave?
Het verlangen om God te kennen, de uitnodiging om de wereld te leren kennen, wordt in de ziel gewekt door… misschien wel door het verlangen van God om God te kennen. Of van de wereld om de wereld te kennen. Er is dus een aan de ziel schijnbaar externe invloed die net dat ene verlangen in de ziel doet ontwaken. Hij raakt in de ziel het puntje van de Ziel. Hij is alleen maar extern voor een ruimtelijk beperkte intelligentie.
Als de ziel en ik meewerken, begint een intelligent transformatieproces. De intelligentie in dat proces is die van de Wereld. Ik kan mij daarvan enigszins voorstellen: de onbeperkte en holografische intelligentie van de Eenheid. Deze intelligentie bevat waargenomen informatie maar is veel groter dan dat. Alles wordt beleefd in zijn samenhangen. Op een manier die ik, met mijn intelligentie binnen beperkingen, mij niet precies meer kan voorstellen. Zij wordt doorstroomd door onbegrensd altijd actueel weten, door geest. In volkomen vrijheid meebewegend. Onbeperkt intelligent.
De draak in ons land van Egypte is oppermachtig. Onze samenleving verschuift van een kenniseconomie naar een informatiesamenleving. Tot enkele generaties geleden werden jonge mensen getraind tot kennisdragers. Door het verder toenemen van de toegang tot informatie lijkt het meedragen van kennis aan belang in te boeten. Jonge mensen moeten vooral heel efficiënt de op een bepaald moment nodige kennis te kunnen vinden in vrijwel ongelimiteerde bronnen. Dat proces kan door artificiële intelligentie – die net dát doet – ondersteund worden. De kwaliteit van al die kennis is echter nog steeds beperkt tot in oorsprong zintuiglijke waarneming en daaruit voortkomend herschikkend denken.
Beperkt intelligent.
Hermes is het prototype van de onbeperkt intelligente mens met een Ziel. Hij is onbeperkt intelligent, hij heeft de draak overwonnen. Vanuit zijn visie op wereld en mensheid, vanuit zijn bewustzijn in de geest, doet hij een sterke oproep aan ons, mensen:
Waar spoedt gij u heen, o mensen, gij die beneveld zijt omdat ge u bedronken hebt aan het woord dat alle gnosis mist, het woord van de volstrekte onwetendheid, dat gij niet verdragen kunt en dat gij nu dan ook eindelijk uitbraakt? Houd op en word nuchter: zie weer met de ogen van uw hart. En zo niet allen dit kunnen, dan ten minste zij die daartoe in staat zijn. De boosheid van de onwetendheid overstroomt de gehele aarde, richt de ziel, die in het lichaam opgesloten is, te gronde, en belet haar de haven van het heil binnen te lopen. Laat u dus niet meeslepen door het geweld van de stroom, maar laat degenen onder u die in staat zijn de haven van het heil te bereiken, gebruikmaken van de tegenstroom en er binnenlopen. (Corpus Hermeticum 3:1-3)
De aan het menselijke weten gestelde grenzen kunnen niet doorbroken worden in het exploiteren van steeds meer zintuiglijke informatie. Niet in steeds verder doorgedreven gespecialiseerde intelligentie. De opdracht luidt: zie weer met de ogen van uw hart en maak gebruik van de tegenstroom. Ontwaak in een nieuw bewustzijn. Word onbeperkt intelligent.

