Grip krijgen op ‘de werkelijkheid’?

Evenals ‘waarheid’ is ‘werkelijkheid’ een begrip waarmee we proberen de ‘echte’, nuchtere realiteit onder ogen te zien en – soms – naar onze hand te zetten. Dat kan wellicht idealen of edele doelen dienen, zoals gelukzaligheid, verlichting en onuitwisbare kennis. In de loop van de tijd zijn er allerlei ‘methodes’ ontwikkeld om deze idealen te verwezenlijken en als het ware zo grip op de werkelijkheid te krijgen.

Grip krijgen op ‘de werkelijkheid’?

In dit artikel wordt ingegaan op vier recente benaderingen van de werkelijkheid:

  1. De axiomatische methode, ofwel het vertrek vanuit onloochenbare grondstellingen.
  2. De dialectische methode, die uitgaat van terugkerende beweging van tegendelen.
  3. De verhalende of ‘narratieve’ methode.
  4. De enduristische ‘methode’, eigenlijk geen methode, maar een post-narratieve benadering.

In werkelijkheid kunnen deze methoden door elkaar heen lopen en elkaar versterken en het mooiste voorbeeld daarvan is wellicht De Alchemische Bruiloft van Christiaan Rozenkruis.

 

Samenvatting

De benadering van de werkelijkheid of pure natuur was aan het begin van de zeventiende eeuw verbonden met ‘de onloochenbare grondstellingen’ van rozenkruisers, een werkwijze vanuit axioma’s, een axiomatische ‘methode’. Ook Spinoza, in diezelfde eeuw, bediende zich van de axiomatische benadering in zijn hoofdwerk de Ethica, en vóór hem volgde Euclides die methode bijvoorbeeld al.

 

Dialectiek

De axiomatische, wiskundige methode leek z’n begrenzingen te hebben voor het begripsvermogen van de massamens (De Dijn, De andere Spinoza) toen eind achttiende eeuw, begin negentiende eeuw de werkelijkheid in haar dialectische hoedanigheid werd ervaren: de werkelijkheid bleek volledig aan dialectiek ondergeschikt te zijn en daardoor leek de dialectiek zelfs de werkelijkheid te ZIJN. Een filosoof als Hegel leek op deze dialectische benadering van de werkelijkheid – de dialectische methode – dol te draaien. Logisch, want de begrenzing van de dialectiek leek absoluut te zijn, dat wil zeggen onontkoombaar. Heel lang bleef daardoor de dialectische methode heersend en er werden ideologieën op gegrondvest en systemen op gebouwd.

 

Het verhaal centraal

In de twintigste eeuw groeide evenwel het besef dat de essentie van de werkelijkheid noch met de axiomatische, noch met de dialectische methode kon worden benaderd, laat staan bereikt of bewust geworden. Het inzicht werd steeds sterker dat een ‘goed’ verhaal veel dichter de werkelijkheid kon benaderen, zoals we de roman al heel lang zijn gaan waarderen. In een goed verhaal kun je ‘wonen’ werd er gezegd. Dit wordt wel de narratieve benadering van de werkelijkheid genoemd en deze is momenteel razend populair in wetenschap, kunst en godsdienst.

 

Naar een enduristische leefwijze

Tegelijkertijd met die populariteit begonnen sommigen ook in te zien dat elk narratief document ego-gebonden is, de ervaring van de werkelijkheid die eruit opbloeit, vertelt een persoonlijk verhaal dat niet vrij is van subjectieve bindingen.

De film ‘The Matrix’ maakt die bindingen wel zeer expliciet, zij heersen op een intense wijze over de gehele menselijke levensgolf, tenzij… Tenzij we uit het verhaal durven te stappen, de ego-gebondenheid durven los te laten en onze autonome en goddelijke kern (weer) de ruimte durven laten innemen. Dat zou je de enduristische methode kunnen noemen: de benadering van de werkelijkheid die een proces in werking kan zetten waarbij vernieuwende en creatieve energie autonoom benut wordt, waarmee de noodzaak om grip te krijgen op die werkelijkheid komt te vervallen:

Je staat er dan al middenin en de vreugde daarover is genoeg.

 

De axiomatische methode vanuit de onloochenbare grondstellingen

Het zou toch geweldig zijn als je vaste basisprincipes hebt, van waaruit je je leven kunt leiden in spirituele zin, zodat je op geen enkele manier hoeft te twijfelen aan de waarheid en werkelijkheid van die principes, van die grondstellingen. Nog mooier zou het zijn als je die axioma’s kunt aanbieden aan je medemensen, zodat ook zij een zinvol leven kunnen leiden.

Dat was dan ook de nobele opzet van rozenkruisers in het verhaal van de Fama Fraternitatis en bekend is dat dat aanbieden niet erg ontvankelijk is bevonden: vanwege positie, macht en aanzien werden deze schatten niet geaccepteerd. Kennis en wijsheid werden geselecteerd op onschadelijkheid voor de eigen positie in de wereld: kan het die positie ondermijnen, dan is accepteren van de grondstellingen van de rozenkruisers niet nodig of wenselijk. Integendeel, niet het onloochenbare van grondstellingen werd gewaardeerd en tot standaard gemaakt, maar het vermogen tot twijfelen! De mogelijkheid om te twijfelen werd als ultieme menselijke potentie gezien (Descartes) en als uitgangspunt voor mensontwikkeling in mentale zin beschouwd. Zo opende zich ‘de afgrond van de twijfel’ die de zelfstandigheid van het westerse denken lang zou begeleiden en die verlammend voor bevrijdend handelen kon werken.

Maar niet bij Spinoza!

 

Spinoza’s Ethica werkt óók vanuit grondstellingen

Vanuit heldere en plausibele axioma’s wist Spinoza zo’n vernuftig web van geldige redeneringen op te bouwen, dat een juweel van wijsheden voor het volwassen menselijke bewustzijn stond te lichten in zijn Ethica. Zonder plek voor twijfel maar met ruimte voor de geest van de rede. Een rede die z’n basis in het zuivere verlangen van het hart heeft; een rede ook die ver uitsteeg boven de toen heersende primitieve godsbeelden en geloofsovertuigingen.

Was het voor de rozenkruisers dat de heersende wetenschappelijke orde en macht de grondstellingen verwierpen, daar viel Spinoza te beurt dat strenge geloofsverkondigers zijn verheven grondstellingen als godslasterlijk afwezen. Spinoza’s redelijke ethiek bestaat uit het zich niet te laten leiden door passies, omdat deze niet op inzichten berusten maar louter reflecties zijn van invloeden van buitenaf. Zij maken ons onvrij. In de mate waarin we als redelijk denkende wezens onze gedachten produceren, zijn die gedachten ook vrij. Een redelijk denkend wezen is bij Spinoza iemand die vrij is van het streven naar geld, macht en aanzien. Naast de afwijzing door strenge dogmatische religieuzen, was het ook deze ‘eis’ van Spinoza, het afzien van streven naar rijkdom, macht en aanzien, die maatschappelijk niet geaccepteerd werd. Juist toen was er in de Republiek der Nederlanden veel waardering voor de uitbreiding van rijkdom, macht en aanzien. De ‘koopman’ én de ‘dominee’ waren het daarom niet eens met de strekking van de Ethica voor zover deze naar buiten kwam en gekend kon worden en verwierpen daarmee Spinoza’s verheven axiomatische benadering van de werkelijkheid. Eigenlijk is er niet zoveel veranderd in drie eeuwen, want ook nu verwerpen de koopman en de dominee ondanks de onmiskenbare filosofische waardering voor Spinoza nog steeds met overeenkomstige bezwaren de inhoud van Spinoza’s Ethica als leidraad voor de geest.

 

De dialectische methode om de werkelijkheid te (be)naderen

Het niet-bestendig zijn van de werkelijkheid was voor de Griekse filosoof Heracleitos reden om zijn beroemde oneliners te verkondigen:

Men kan niet twee keer in dezelfde rivier stappen

en voorts:

Alles stroomt (Panta rhei).

De Duitse filosoof Hegel herontdekte dit niet-bestendig zijn en altijd in beweging zijn als onderdeel van een zogenoemde dialectiek: these-antithese-synthese-nieuwe antisynthese- wederom nieuwe synthese ad infinitum. Eenvoudig gezegd: alles verkeert in z’n tegendeel en elk deeltje is het kleinste onderdeel van z’n tegendeel (vgl. yin-yangsymbool). In de romantische dialectiekopvatting is het een spiralengang, als een oneindige dans in driekwartsmaat. Als je dat proces ziet, dan begrijp je de werkelijkheid. De vraag is wat je met dat begrip doet en of beschouwing voldoende is om tot verantwoord handelen te komen. Marx wilde het begrip van de dialectiek in een actief kader plaatsen, waarin dialectisch en historisch materialisme elkaar versterkten, met als doel de revolutionaire bevrijding van de arbeidersklasse. De systemen die door dit dialectisch materialisme politiek en maatschappelijk tot stand zijn gekomen, hebben de werkelijkheid evenwel meer geweld aangedaan dan verlichting gebracht aan welke bevrijde klasse dan ook.

 

Grenzen van de dialectiek voor ons bewustzijn

Toch heeft de dialectische methode wetenschappelijk en cultureel een enorme vlucht genomen, omdat dialectiek in de tijdruimtelijke wereld voor vrijwel in elk van beide sectoren herkenbaar is. Veel culturen koesteren daarbij de gedachte van het bestaan van een eenheid der tegendelen, hoewel deze eenheid in de werkelijkheid niet duurzaam is terug te vinden.

Is een ontheven zijn aan de dwang van de dialectiek wel denkbaar? Is het niet, zoals Jacob Boehme aangeeft, dat het hele universum in de beperkte tijdruimtelijke dimensie niet anders kan dan zich dialectisch te openbaren? Zelfs in de ‘hogere’ velden van astraal leven?

Doordrongen van de dialectische wetten in onze werkelijkheid, kwamen we ook tot de ontdekking dat we niet konden naderen tot onze eigen wezenskern door de methode toe te passen op ons denken, ons voelen en ons handelen. De context glipt al snel als los zand door de vingers.

 

Grenzen van de (non-)fictie

Een dialectische context is met de stofsfeer verbonden, maar daaraan kan ons bewustzijn niet ontstijgen: We kunnen niet stijgen door ‘stofomklemming’, door onze oriëntatie op de materie vast te houden. We dienen inhoud te zoeken in de vrijere context waarin wel plaats is voor onze wezenskern in z’n niet-dialectische dimensie. Een verhaal waar onze ziel zich aan kan laven. Een verhaal dat ons ontroert en optrekt. Een verhaal bovendien dat houvast biedt aan ons bewustzijn.

Alle constructies via de axiomatische en via dialectische methode lijken fictief en eindig en lossen vroeg of laat op, houden geen stand. Maar een in deze tijdruimtelijke werkelijkheid relevant verhaal kan stimuleren, verbindend zijn, nadat de grote ideologische verhalen schipbreuk hebben geleden in de tijd.

 

De narratieve werkelijkheid

Is het wel mogelijk om de werkelijkheid te ‘vertellen’? Is het wel mogelijk de grote allesomvattende werkelijkheid in al z’n dimensies in een verhaal te gieten dat aanspraak maakt op universele duiding, op cultuuroverstijgende betekenis?

Het bestaan en vooral het voortleven van vele eeuwen overspannende mythen, sproken en sagen maakt duidelijk dat het goed mogelijk lijkt om een betekenisvol verhaal te vertellen, maar alleen als de auteur zich volledig openstelt voor wat zich door hem heen wil openbaren. Want zodra de werkelijkheid wordt verhaald, beschreven, verfilmd, begint het vormgeven en dat maakt van elk feit een beetje fictie. De letterlijke werkelijkheid vertellen lijkt onmogelijk. Dat betekent nog niet dat het verhaal niet klopt. Maar wel dat elk verhaal een constructie is, geen één-op-één weergave van de waarheid, zoals ook het eerste vers van Daodedjing ons vertelt:

Dao dat gezegd kan worden is niet het eeuwig Dao; de naam die genoemd kan worden is niet de eeuwige naam.

De grote vraag is of en wanneer een verhaal gaat leven, dat wil zeggen zich gaat verbinden met ons menselijk bestaan in voedende zin. En dat is toch afhankelijk van de verteller die zijn verhaal wel ergens aan moet ontlenen, aan zijn eigen ervaringen en herinneringen. Pas als we die gaan beschouwen en interpreteren, kan ons leven beginnen; pas wanneer we reflecteren, kan zingeving plaatsvinden. Het arsenaal aan doorleefde ervaringen en herinneringen kan als instrument dienen om het verhaal vorm te geven, mits de verteller zich niet mengt in de loop van het verhaal. Het kan heel verleidelijk zijn om zijspoortjes te bedenken en allerlei losse zinnen op te schrijven die hij erin wil hebben, maar een waarlijk geïnspireerd verhaal schrijft zichzelf, anders wordt het inderdaad een constructie. Als dat lukt, kan dat verhaal gaan leven, dat wil zeggen zich gaan verbinden met ons menselijk bestaan in voedende zin.

 

De alchemische bruiloft van CRC

Zo is bijvoorbeeld De Alchemische Bruiloft van Christiaan Rozenkruis opgezet in weergaloze ambiguïteit en een grote rijkdom aan bewustzijnservaringen in meerdere dimensies van de werkelijkheid. Het is van belang het verhaal van CRC te herkennen in onze eigen bewustzijnsstaat, na te gaan waar we ‘wonen’ in dat verhaal, waar we ‘leven’ in die ontdekkingsreis. Te ontdekken dat het verhaal fictie is en tóch resoneert in onze werkelijkheid.

Er zijn meer voorbeelden van dergelijke verhalen, zoals de animatiefilm ‘The red Turtle’, waarin een schildpad echt verandert in een vrouw en weer terugverandert wanneer het leven van de hoofdpersoon is beëindigd. Maar ook de prenten van Escher, die vaak onmogelijke ruimtelijke beelden tóch werkelijkheid ‘maakt’.

Steeds meer wordt duidelijk wat de kracht van verhalen kan zijn, vooral dat zij leven kunnen brengen in ons door geestelijke vervlakking geteisterde bestaan. Daarom ook die omarming van de narratieve benadering door kunst, religie en wetenschap.

 

De zelfreferentie in ieder kunstwerk

Uit de wetenschapsfilosofie is bekend dat elke kunstuiting – dus ook het verhaal – iets vertelt over de kunstenaar, sterker nog een verwijzing vormt naar die kunstenaar. Elk verhaal zou daarmee een zelfverwijzing, een zelfreferentie zijn van de schrijver, ook wanneer het geen autobiografisch verhaal betreft.

De schrijver kan zich bewust worden dat hij de dingen in de werkelijkheid zelf verzonnen heeft. Een Nederlandse schrijver merkte onlangs op: ‘Dingen verzinnen om de werkelijkheid te beschrijven is één ding. Maar de werkelijkheid beschrijven zonder dingen te verzinnen is er ook.’ Daarmee kan mogelijk een universeel kanaal geopend worden, dat appelleert aan de positieve inspiratie, wellicht vergelijkbaar met de muzen. Gnostieke krachten die zich kenbaar maken via de kunstenaar.

Als een schrijver zich realiseert dat zijn zelf de werkelijkheid begrenst, als hij af en toe een glimp opvangt van de ‘grote’ werkelijkheid van het universele, van het heelal in alle dimensies, zal zijn bewustzijnsgang een toenemend besef laten zien van nietigheid. En bescheidenheid. Want het is een overweldigende ervaring.

Zo spreekt Lao Zi in hoofdstuk 20 van de Daodejing:

… Wat ben ik vol zwarigheid en eenkennigheid als een zuigeling die nog moet leren glimlachen. Wat dool ik doelloos. De mensen hebben overdaad en ik ben iemand die iets verloren heeft. Ik ben een botterik, een domoor; en de mensen zijn zo verlicht en scherpzinnig. Hoe fris zijn zij en hoe loom ben ik.

Ik ben vaag als de zee.

Ik ben als drijfhout op de baren.

De mensen weten, wat zij willen; en ik ben een rechte onbenul.

Ik ben alleen!

Ik ben gans anders dan de mensen, omdat mijn hart uitgaat naar de Moeder, die alles voedt!

(vertaling E.J. Welz)

 

De moeder die voedt behoort tot een ‘hogere’ laag in de werkelijkheid, die rijkdom, macht en werelds aanzien van mensen niet (h)erkent en dat stemt de verteller nederig.

Hoe meer hij gevoed wordt door de moeder, hoe groter zijn geestelijke krachten maar hoe groter zijn geestelijke gaven, des te groter zijn bescheidenheid.

De verteller Lao Zi wilde volgens de overlevering niet zijn verhaal vertellen, maar heeft het uiteindelijk op verzoek van een leerling op schrift gesteld.

Het verlangen volkomen anders te zijn dan anderen is niet een zich elitair afzetten tegen de gewone man, want die lijkt Lao Zi juist te prijzen. Dat verlangen heeft juist niets met de waarden van deze wereld te maken, je zou het een niet-zijn kunnen noemen in de bewustwording van aquariuswaarden, overeenkomend met het besef van Christiaan Rozenkruis dat het hoogste weten is niets te weten.

Er zijn ook nu schrijvers die de narratieve benadering, het schrijven van een goed (verkopend) verhaal toch ook als een ijdele bezigheid beschouwen, omdat ze daarin niet loskomen van de kwalijke kanten van hun ego. Deze schrijvers zijn zich bewust van het tekortschieten van de narratieve ‘methode’ en verlangen tegelijkertijd de moeder te eren die ‘alles voedt’. Zij staan als het ware in een enduristische fase, waarbij ze zichzelf niet centraal stellen.

 

De verdwijnende werkelijkheid

Al eeuwen geleden is de ontmythologisering van de fantasiewereld en de onttovering van wonderen begonnen. Spinoza heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontmaskering van het geloof in wonderen en tegelijkertijd gewezen op de goddelijke natuur als een wonder van leven.

Michael Ende heeft gewezen op de afkalving van de inspirerende en veelzeggende ‘andere’ werkelijkheid die aan het oplossen is: steeds meer van het ‘toverland’ verdwijnt.

Paul Biegel heeft de ‘tover’ van de werkelijkheid toch weer weten terug te halen in zijn aanstekelijke jeugdboeken, die op een verrassende wijze het bijzondere van het wonder van leven verhalen.

 

Deep fake

En de slinger van de feitelijke werkelijkheid slaat uit naar de technologisch te manipuleren beelden en geluiden daarin, het wordt deep fake genoemd, Het betekent dat het door verfijnde technieken mogelijk is geworden iemand alles te laten zeggen wat door de manipulator wordt beoogd. Het manipuleren van de werkelijkheid heeft daarmee een raffinement gekregen dat het bijkans onmogelijk maakt nog onderscheid te maken met wat echt is en wat niet. Want onze zintuigen missen, wanneer naar een scherm wordt gekeken, het vermogen de productie van de beelden na te gaan. Buiten de schermwereld kunnen holografische technieken al veel langer een fictieve of een vergane werkelijkheid creëren.

 

Hoe behouden we een zuivere gerichtheid?

Je kunt je afvragen of dat allemaal erg is, als het bewustzijn toch door de fase van maya dient te gaan, dat wil zeggen het besef dat de zintuiglijke waarneembare werkelijkheid niet echt is, niet echt kan zijn.

Hoewel de verwarring toe kan nemen, is het wellicht mogelijk de gerichtheid op de essentie van het leven te vergroten, juist te midden van de vele fake facetten van deze tijd. Een gerichtheid die samen kan vallen met een collectief veld, met een geestelijk veld van een nieuwe werkelijkheid. Daarbij is het wel de vraag in hoeverre die gerichtheid zuiver kan blijven, dat wil zeggen hoe en of de afstemming op de innerlijke bron, die onze ziel met de ‘grote’ werkelijkheid kan verbinden, kan blijven plaatsvinden. Immers de werkelijkheid verdwijnt in de digitaliteit van onze schermgerichtheid en deze gaat onze ziel in afhankelijkheid daarvan steeds meer bepalen.

Anno 2021 is voelbaar hoe de digitale wereld zich steeds meer uitstrekt over alle facetten van onze werkelijkheid en hoe de samenleving daar vrijwel geheel in meegaat: een smart grid zal steeds bepalender worden zodat the internet of things ons huishouden stuurt en op den duur ons bewustzijn richting kan geven.

Is dat erg? Is dat niet vooral zeer praktisch en efficiënt?

 

Zelfrealisatie?

Wilt u zelf nog sturen? Of legt u zich erbij neer dat een keuze voor een efficiënte en praktisch ingerichte technologische cybermaatschappij een logische uitkomst is op weg naar de uiteindelijke verlichting? Kunstmatige intelligentie, hoe razend knap ook ingezet, kan nooit ook maar enigszins in de buurt komen van een redelijk, autonoom besluitend mens. Daarvoor dienen wij wel sterk in de schoenen te staan en vele verleidingen te weerstaan. Want als we niet zeer alert zijn en superkritisch staan tegenover de huidige producten van kunstmatige intelligentie die zelfsturende algoritmes kunnen ontwikkelen, dan pakt deze kunstmatige intelligentie ons ons brein af, zoals de Schotse hoogleraar Andrew Murray waarschuwend voorspelt.

We moeten de ontwikkelingskansen die zich door internet en kunstmatige intelligentie voor wereld en mensheid voordoen leren hanteren, maar niet ten koste van de potentiële verlichting en het godenzoonschap dat in ons verzonken is.

Nu begint echte verlichting natuurlijk bij het hart en niet bij het brein, maar ons autonome brein heeft er wel een belangrijke rol in.

 

Het onbegrensde hart

We moeten het daarbij hebben van ‘het mysterievolle zingen’ van dat onbegrensde hart, het volledig ontplooide en ontvouwde hart dat in dienst van de monade z’n transmuterende straling verzorgt en het hoofd uiteindelijk kan aandoen voor de bruiloft.

Een kunstmatig intelligent brein kan de uitnodiging voor de bruiloft niet beantwoorden want dat brein kan niet (meer) verlangen naar de ‘geliefde’. De moeder die alles voedt correspondeert met het onbegrensde hart, maar het kunstmatig intelligente brein beantwoordt die correspondentie niet, de brief van het hart kan niet ontvangen worden.

De werkelijkheid verdwijnt steeds meer in digitaliteit en virtualiteit, die z’n voeding primair put uit elektriciteit. Elektriciteit die door menselijke handeling, geholpen door techniek, wordt opgewekt.

De elektrische ether is de vernieuwer van het hart en wordt niet opgewekt door onze centrales en andere stoffelijke vormen van elektriciteitsvoorziening. De etherkracht voor het onbegrensde hart werkt op de Christusvibratie die ons kan voeden in onze zuivere (astrale) gerichtheid.

Het is belangrijk die elektrische ether, die Christus via uranusstraling in ons vrijmaakt, op tijd z’n genadevolle werk te laten doen, dat wil zeggen voordat het brein door de aardse elektromagnetische manipulaties onbruikbaar is geworden.

De virtuele werkelijkheid trekt aan ons, probeert ons wezen via het hoofd geschikt te maken voor doeleinden van een kunstmatige nieuwe wereldorde.

Laat ons verlangen daarentegen uitgaan naar de werkelijkheid van de moeder die alles voedt en die moeder eren!

Deel dit artikel

Tijdschrift LOGON

Wenst u een proefabonnement of een jaarabonnement op het tijdschrift LOGON? Lees meer >>

Onze laatste artikelen

Artikel informatie

Datum: november 2, 2022
Auteur: Frans Spakman (Netherlands)
Foto: Klaudia Piaskowska on Unsplash-

Featured image: