‘Als je eenmaal hebt geproefd hoe het is om te vliegen, zul je over de aarde wandelen met je blik voor altijd naar de hemel gericht, want daar ben je geweest, en daar verlang je altijd naar terug te keren.’
John H. Secondari
Secondari spreekt over iets dat vergeleken kan worden met wat Eckhart Tolle beschrijft in zijn introductie tot De Kracht van het Nu: een staat van diepe vrede en vreugde, verbonden met een vernieuwde, levendige waarneming van alles rondom ons.
Ieder die zo’n ‘vlucht’ heeft gekend, begrijpt het als een ingrijpende, innerlijke verschuiving.
Wanneer de deur opengaat naar een beleving van alles met meer licht en schoonheid, worden we ons pas bewust van de eentonigheid waarin we hebben geleefd, zonder dat we het zelfs maar doorhadden.
En zoals Secondari suggereert: als je het eenmaal hebt meegemaakt, zul je altijd blijven verlangen naar nieuwe vluchten.
De duur van een vlucht kan variëren, maar de eerste ervaring is zonder twijfel de meest bijzondere, omdat alles daarin nieuw is.
Een vlucht kan beginnen – na een periode van intens verlangen naar verlichting – door middel van een plotseling wijziging in de ademhaling. Die versnelt en verdiept zich totdat, geheel op natuurlijke wijze, we tot een nieuwe innerlijke staat komen, zonder stimulans van een of andere techniek of substantie.
Op dat moment kan de gewone, gebruikelijke longademhaling – de soort die ons leven binnen onze natuurlijke orde ondersteunt, de orde waarin alles eeuwig is onderworpen aan verandering en gebonden aan dualiteit – plaats maken voor een subtieler ritme.
Dit is magnetisch ademhalen, een teken van heroriëntatie op een geheel andere werkelijkheid: een statische werkelijkheid. Deze werkelijkheid is de oorspronkelijke goddelijke orde, een sublieme staat van zijn, beheerst door spirituele wetten die totaal verschillen van de wetten die het gewone leven beheersen.
Magnetische ademhaling behoort niet volledig bij de fysieke staat van zijn. Zij ontvouwt zich in het etherlichaam, wanneer een sprankje bewustzijn een meer statische staat van zijn begint uit te drukken.
Het is niet slechts het in- en uit gaan van lucht, maar het absorberen en circuleren van levende kracht (prana, chi), die van deze hogere orde uitgaat.
Het is alsof het hele wezen een levende stroom rechtstreeks uit een meer werkelijke en blijvende bron begint in te ademen, die niet alleen de longen vult, maar ook de ruimte tussen de gedachten, en subtiele centra doet ontwaken.
Hier begint de vlucht – niet als een vlucht uit de wereld, maar als een intrede in een meer werkelijke en eeuwige dimensie van het bestaan.
Natuurlijk zijn er oppervlakkige overeenkomsten met veranderde bewustzijnstoestanden die door drugs worden veroorzaakt. Toch is dat pad misleidend – onhoudbaar en riskant. Drugs werken volledig binnen het spectrum van polariteiten van deze natuurlijke orde (plezier/pijn, euforie/depressie) en creëren een illusie van expansie die ons in werkelijkheid nog dieper aan deze natuurorde bindt.
Het gebruik van middelen om verruimde bewustzijnstoestanden na te jagen, leidt tot illusoire, broze waarnemingen. Ze werken van buitenaf naar binnen, nooit als een werkelijk innerlijk proces van wedergeboorte vanuit de statische orde.
Vandaar de bijbelse waarschuwing:
‘Voorwaar, voorwaar, ik zeg jullie: wie niet via de poort de schaapskooi binnengaat, maar op een andere manier naar binnen klimt, is een dief en een rover’ — Johannes 10:1
De ‘poort’ is het pad van werkelijk ontwaken, leidend naar de statische orde, terwijl het ‘binnen klimmen door een andere deur’ een poging is om een spirituele ervaring te forceren, door het gebruik van hulpstoffen en krachten van deze natuurorde, zoals bijvoorbeeld drugs.
Zoals werkelijke spirituele leiders al lange tijd hebben benadrukt, is de zuiverheid van het voertuig – het lichaam en de bloedstroom – voorwaarde om dit nieuwe levensprincipe van de statische orde duurzaam tot uiting te laten komen, waardoor we op weg worden geholpen naar een blijvende verbinding met wat Secondari ‘de hemel’ noemt.
Het doel is dan ook om dat wat eens slechts vluchten waren, te doen verkeren is een nieuwe en voortdurende staat van zijn – een wedergeboorte door middel van transfiguratie in het verheerlijkte lichaam van de oorspronkelijke Godsorde.
Mogen wij allen deze transformatie bewerkstelligen.

