De spirituele ontwikkeling van de Keltische volksziel – Deel 16

De inwijding van Cormac Mac Art

De spirituele ontwikkeling van de Keltische volksziel – Deel 16

(Terug naar deel 15)

 

Een werkelijk inwijdingsverhaal is die van koning Cormac Mac Art die de meest bekende, heidense koning van Ierland geweest.

Deze immram is in de 14de  en 15de  eeuw in verschillende  manuscripten opgeschreven. 

Cormac besteeg de troon in 227 na Chr. en volgens de legenden was hij met zijn schone gestalte en majesteitelijke uitstraling een ideale koning.

Wanneer Cormac eens alleen op een heuvel in Tara staat, komt hij een oude, grijze krijger tegen die een zilveren twijg met drie appels draagt. Vanuit de tak klinkt wonderbaarlijke muziek die Cormac met verwondering beluistert. Met het verzoek van de krijger drie wensen in vervulling te laten gaan, kan Cormac de tak behouden. Dan verdwijnt de grijsaard en de koning gaat naar zijn paleis terug. Hij vertelt de wonderlijke geschiedenis, schudt met zijn tak en de hele omgeving valt 24 uur in een diepe en heilzame slaap.

Na een jaar komt de vreemde krijger terug en herinnert hem aan zijn afspraak. ‘Ik zal je dochter meenemen en je moet je aan je afspraak houden,’ zegt de oude grijsaard.

De koning geeft met een bezwaard hart zijn dochter waarop de moeder plus de hele hofhouding in luide jammerklachten uitbreekt. De koning schudt met zijn bijzondere tak, het gezelschap valt in een diepe sluimer  en Cormac verjaagt op die wijze het gejammer. Een jaar later komt de krijger weer op bezoek en verlangt dan zijn zoon. Hetzelfde geschied opnieuw en alleen met de buitengewone tak weet koning Cormac het geweeklaag een halt toe te roepen. Voor de derde maal komt de grijsaard na een jaar weer op bezoek en vraagt dan om zijn vrouw. De koning geeft haar met grote tegenzin mee, maar nu volgt hij met zijn gehele hofhouding de krijger. Plotseling komt er een dicht mist opzetten en is koning Cormac alleen. Met verbazing komt hij tot de ontdekking dat de gehele omgeving is veranderd: hij is in De Andere Wereld aangekomen. Hij ziet paleizen van brons en huizen van zilver. Ook ziet hij een bron die in vijf beken uiteen stroomt en waaruit mensen drinken. Bij de bron groeien negen hazelnootbomen die hun vruchten in het water laten vallen, waarop vijf zalmen wachten die ze opeten. Het meest verbazingwekkende vindt hij de muziek die hij hier hoort. Bij de bron in de paleistuin wordt hij door een vrouw verzocht een reinigingsbad te ondergaan. Dan verschijnt onverwachts de grijsaard weer voor hem die hem verzoekt met hem mee te gaan naar een feest. Door het gezang van de feestgangers valt de koning in een diepe slaap en wanneer hij weer wakker wordt, ziet hij naast zich zijn vrouw en zijn twee kinderen. Hij komt tot de ontdekking dat de grijze krijger niemand anders is dan de godheid Manannan mac Lir die hem nu een magische schaal aanbiedt die de eigenschap bezit in drie stukken te springen bij de eerste de beste onwaarheid.

Manannan vertelt Cormac dat hij hem in zijn land heeft uitgenodigd, opdat hij zijn land zou leren kennen. Hij vertelt over de bron met de vijf stromen, waaruit iedereen die wijsheid verlangt zou moeten drinken. De gouden schaal zou hem waarheid van leugen kunnen leren onderscheiden en de bloeiende tak met zijn muziek zou hem altijd vreugde geven. Wanneer Cormac sterft zouden de tak en de schaal weer naar De Andere Wereld komen.

Als de volgende dag de koning ontwaakt bevindt hij zich weer met zijn vrouw en kinderen in Tara. Naast hem in het gras liggen de zilveren tak en de gouden schaal.

Aan het hof heerst grote vreugde, want zij dachten dat de koning met zijn gezin al gestorven was.

Dit verhaal draagt alle sporen van een inwijding. De koning moet afstand doen van zijn geliefden; hij wordt op die wijze danig op de proef gesteld. Vervolgens wordt hij door een nevel de andere wereld binnengevoerd waarin hij zich in de bron dient te reinigen. De slaap die hem overvalt is het overgaan van de ene bewustzijnstoestand in de andere.

Hij wordt zich uiteindelijk bewust dat de grijsaard die zijn vrouw en kinderen heeft meegenomen de godheid Manannan is. Manannan vertelt hem over bepaalde zaken in de andere wereld en ten slotte komt het hele gezin weer in hun eigen koninkrijk aan. 

De zilveren twijg met de drie gouden appelen herinnert ons aan de Hesperiden en de gouden schaal doet denken aan de Keltische inwijdingsketels zoals de ketel van Gundestrup en die van Ceridwen waar in het hoofdstuk over Taliesin nog dieper op in wordt gegaan.

De muzikale twijg was een belangrijk onderdeel in de Keltische traditie. Zo had de opperdichter, de ollam, een gouden tak, een anruth (stond één graad lager dan de ollam),  had een zilveren tak en de lage klasse van de dichters had een bronzen tak.

Deze tak was vergelijkbaar met de tak van de boom in DeAndere Wereld.

 

 

De zilveren twijg met bellen behoorde tot de regalia der dichters en riep op tot vrede en harmonie tussen deze en de andere wereld en zette de luisteraars aan tot mystieke openbaring.

 

De Immram van Bran

Tot slot wordt hier de Immram van Bran vertelt die een levendige beschrijving is met een frappante schoonheid. Niets in deze Immram wijst op de dramatiek van een inwijding zoals in het verhaal van Cormac. Het is gewoon een mooi verhaal met verwijzingen naar een wereld waar paradijselijke vrede heerste.

Bran, de zoon van Febail, hoort wanneer hij alleen is op een goede dag wonderlijke, zachte muziek achter zich klinken. Hij luistert naar de lieflijke klanken en valt in slaap.

Wanneer hij ontwaakt, ziet hij achter zich een zilveren tak met witte bloesem. Hij pakt deze op, brengt haar naar het hof en vertelt daar zijn ervaring. Plotseling verschijnt in het gezelschap een vreemde vrouw in ongewone kledij. Zij vangt aan te zingen over De Andere Wereld waar gouden wagens zich in zee met de vloed verheffen.  Met haar prachtige stem verhaalt zij over een eiland waar geluk, gezondheid en vreugde heersen. Zij vertelt uitgebreid over de paradijselijke heerlijkheden van dit uitzonderlijke eiland. Dan verlaat zij met de bloesemtak die zij van Bran terugkreeg het gezelschap dat zeer onder de indruk is geraakt.

De volgende dag probeert Bran met zijn kameraden het tovereiland te vinden.

Bran ontmoet al varend de godheid Manannan die in zijn toverwagen hen tegemoet komt. Manannan voorspelt Bran dat hij pas na lange tijd zijn geliefde Ierland weer zal zien. Bran vaart verder en komt met zijn gezellen aan bij een eiland en de koningin daarvan nodigt hen voor een jaar uit. In werkelijkheid blijken het vele jaren te worden. De avonturiers krijgen echter heimwee en willen na een lange tijd terug naar Ierland. Men laat hen weg varen, maar ze mogen niet met hun voeten de aarde aanraken. Wanneer ze aankomen in hun geliefde land, vertellen zij vanaf hun boot hun avonturen van De Andere Wereld. De reacties van het volk verbazen hun; de mensen zeggen dat zij hen niet kennen. Het volk kent slechts in oude verhalen de afreis van Bran met zijn avonturiers! Zijn kameraden worden boos en een van hen springt woedend overboord. Dan is de toverwerking gebroken en hij verandert onmiddellijk in een hoopje as.

Daarna vertelt Bran zijn belevenissen van De Andere Wereld en hij schrijft de geschiedenissen op in het zogenaamde Ogham schrift. Hij overhandigt dit daarna aan het volk, vaart met zijn vrienden weg waarna nooit meer iemand iets van hem vernomen heeft.

 

(Wordt vervolgd in deel 17)

Bronnen:

[1] Caitlín Matthews, De Keltische traditie, Ankh-Hermes, Deventer 1993

[2] Hans Gsänger, Irland. Insel des Abel. Die irischen HochkreuzeVerlag Die Kommenden, 1969

 

Deel dit artikel

Tijdschrift LOGON

Wenst u een proefabonnement of een jaarabonnement op het tijdschrift LOGON? Lees meer >>

Onze laatste artikelen

Artikel informatie

Datum: april 25, 2022
Auteur: Benita Kleiberg (Netherlands)
Foto: Steije Hillewaert on Unsplash CCO

Featured image: