Alchemie in deze tijd

Alchemie in deze tijd

Het is bekend dat door alle tijden heen zoekers op alle mogelijke manieren het doel van het leven trachtten te doorgronden.

Dat daarbij ook allerlei zijpaden bewandeld werden, zal wel duidelijk zijn. Men kan niet zoeken zonder zijwegen te bewandelen, anders zou het zoeken geen zoeken meer zijn maar het volgen van een gebaand pad.

Zoeken veronderstelt ook een doel. Al meteen ontstaan er verscheidene richtingen die toch een gemene deler hebben. Een bepaalde groep zocht en zoekt naar levensverlenging op welke manier dan ook.  Anderen zochten en zoeken naar rijkdom, naar goud. Goud geeft macht in deze wereld. Maar er was en is ook een groep die het goud op een andere manier zochten. Niet het goud dat macht geeft maar het goud als een uitstraling van het oorspronkelijke, geestelijke zijn.

Ook hier is er sprake van een tweespalt. Enerzijds de zoeker naar het geestelijke goud dat van toepassing kan zijn in deze wereld en dus macht en aanzien zou geven over en bij anderen. Anderzijds degenen die zichzelf als drager beschouwen van een gouden schat die niet in deze wereld kan geopenbaard worden. Het Goud van de Geest. Voor de een is het een utopie, voor een ander een realiteit

Uit deze drang tot zoeken zijn al de andere zoektochten, door de eeuwen heen, te verklaren. Deze drang komt voort uit het innerlijk drijven dat los van het natuurbewustzijn van de mens, de mens toch tot zoeken naar een antwoord dwingt. Het is het gevoel incompleet te zijn. Het gevoel niet te kunnen beantwoorden aan het eigenlijke doel van het bestaan van de mens. Deze drang is er en zal er blijven zolang de mens existeert op deze wereld, zolang niet iedere potentiële gouddrager beantwoord heeft aan zijn of haar hoge roeping. Die drang heeft geleid en leidt nog naar allerlei experimenten en manieren om een antwoord te vinden in onze werkelijkheid en buiten onze werkelijkheid. Er is in de mens een weten dat door het huidige bewustzijn niet ingevuld kan worden. Parallel hiermee is de zoektocht naar de steen der wijzen. De steen der wijzen is een legendarische alchemistische stof waarvan wordt aangenomen dat het basismetalen (zoals lood) omzet in goud en op die manier de Levenselixer vormt voor onsterfelijkheid. Vaak afgebeeld als een rode steen of poeder, stond het centraal in de middeleeuwse alchemie en symboliseerde het perfectie en spirituele verjonging. De zoektocht naar deze stof had een grote invloed op de ontwikkeling van de moderne chemie en farmacologie.

Een van de meest tot de verbeelding sprekende manieren was dus de ‘alchemie’. Er zijn nog steeds talloze legendes en verhalen die druk becommentarieerd worden, zij het dat dit toch wel eenzijdig belicht wordt. De charlatans en gelukzoekers worden naar voren geschoven maar de werkelijke zoekers naar diepgang komen nauwelijks aan bod. Alchemie verwijst naar de verbondenheid van alles met alles. Hieruit is de gedachte gegroeid dat er een band moet bestaan tussen het laagste en het hoogste, zowel in stoffelijke als in geestelijke zin. Lood werd gezien als het laagste stoffelijke, goud als het hoogste. Er moest dus een methode ontwikkeld worden, een purificatie, om dat lagere om te zetten in het hogere. Het lood zou omgezet kunnen worden in goud. Zoals blijkt uit wetenschappelijke verklaringen gaat deze zoektocht voort, nu met de modernste technieken en los van de idee ooit winstgevend te kunnen zijn. Meer als een curiositeit dus.

In de CERN in Zwitserland is men er inmiddels in geslaagd lood om te zetten in een sprankeltje goud. [1] Net voldoende om aan te tonen dat het kan. Dit was echter geen chemisch proces. Met de huidige stand van de chemische wetenschap is het vooralsnog onmogelijk lood om te zetten in goud. Toch is in die ‘chemie’ best nog wat te ontdekken dat verband houdt met de oorspronkelijke alchemie. We gaan dan uiteraard wel uit van de symboolwaarde die in een proces verborgen zit.  Dat was vroeger zo en dat zal ook wel zo blijven.

Het galvanische proces

Het proces dat we verder willen omschrijven, is het galvanisch proces. Het galvaniseren wordt omschreven als een methode waarbij een dunne laag zink, nikkel, aluminium, chroom of magnesium op staal of ijzer wordt aangebracht om corrosie te voorkomen. De dunne laag wordt aangebracht door het metalen object onder te dompelen in een chemische oplossing van het beschermende metaal. Een ander soort galvaniseren maakt gebruik van edelmetalen zoals goud om oxidatie te voorkomen en dus de geleidbaarheid van contacten voor elektriciteit te behouden.

Bij beide toepassingen wordt een elektrische gelijkstroom gebruikt en zo komt de verbinding/hechting tussen de metalen tot stand. Dit noemt men ook wel het elektrolytische proces. Het woord galvaniseren is afkomstig van de Italiaanse geneeskundige Luigi Galvani (1737-1798) die het proces uitvond.

Er zijn enkele basisgegevens nodig om het galvanisch proces te verduidelijken. Allereerst is er een bad nodig waarin een elektrolyt opgeslagen is, bijvoorbeeld een chemische koperoplossing. Het te galvaniseren voorwerp, bijvoorbeeld een printplaat, wordt kathode genoemd. Deze wordt in het midden van een bad geplaatst. Aan de zijkanten van het bad worden anodes opgehangen die bestaan uit het materiaal dat op de printplaat moet worden opgegroeid, de voorraad aan koper, in staafvorm. Er wordt een gelijkstroom gestuurd van de kathode naar de anode. Hierdoor gaan in tegengestelde richting, in dit geval koperionen van de anode naar de kathode. Deze stroom dient aangepast te zijn aan het te galvaniseren oppervlak.

De kathode wordt daardoor dus bekleed met koper. Zie tekening.

Er gaat een elektrische stroom van de kathode (ME) naar de anode (CU).

De metaalionen (in dit geval koper) volgen de omgekeerde weg. Daardoor wordt de kathode bedekt met ionen, dus ingekapseld.

Dit proces leent zich bij uitstek om het te vergelijken met het eigenlijke doel van de alchemisten, waarover later meer. De Anode laat zich vertalen als een ODE aan het ANimale. De kathode als de dood (THODE) van de Ziel (KA).  In feite de inkapseling van de ziel waardoor zij zich niet kan uiten.

Wanneer men deze termen gaat opzoeken in het etymologisch woordenboek kan dat enige verwarring geven omdat men toen DACHT dat de werking anders was. Belangrijk is dat we ons nu beperken tot het gebeuren in het elektrolysebad naar de interpretatie van de schrijver van dit artikel en naar de inzichten uit de huidige chemie.

Dat leidt tot de volgende vergelijking. Wanneer de ziel (kathode) gericht is op het animale (anode) vindt er een inkapseling plaats van de ziel. Duidelijker is het misschien om te zeggen dat, wanneer de bezieling van de persoonlijkheid uitgaat naar het animale, het gewoon-natuurlijke, het voor de Ka onmogelijk is om zich te uiten. Hoe onedeler de anode (lood), hoe onedeler de gerichtheid, hoe sneller, hoe sterker de inkapseling zal zijn.

Hier moet toch even iets uitgebreider ingegaan worden op de hoge doelstelling van de serieuze alchemist, de alchemist die streefde naar transmutatie en transfiguratie.

De mens die totaal en vanzelfsprekend leeft van en uit deze natuur die de onze is, is dus wezenseen met deze natuur. Dat hoeft zeker niet negatief te zijn. Er zijn prachtige, naar onze sociaal/humanistische maatstaven ingoede mensen op deze wereld. Voor de alchemisten was er echter een andere wereld die van een andere dimensie was dan onze wereld. Die werelden verschilden van elkaar als… lood en goud. Goud werd bovendien beschouwd als gekristalliseerde Geest. De andere wereld, de wereld van de Geest, had dus een gouden glans. Het is die glans die de echte alchemisten trachtten te verwezenlijken.

Men ging er dus van uit dat de uitstraling een gouden glans diende te hebben dus trachtte men door een ‘proces’ deze loden uitstraling om te zetten in een gouden uitstraling. Vandaar de misvatting dat de alchemisten zich beijverden om van lood als stoffelijk metaal een gouden metaal te maken.

Ongetwijfeld zullen er figuren geweest zijn die van de naïviteit van machthebbers gebruik gemaakt hebben om een luizenleventje te leiden en af en toe met een ‘hoopvolle’ ontwikkeling naar buiten te komen die bij hun sponsors weer wat goodwill losmaakten. Goodwill te vertalen als financiële middelen.

Goud, niet van deze wereld

Wat leert ons de chemie van het galvaniseren nog meer.

We zagen dat wanneer de persoonlijkheid zich nadrukkelijk richt op deze natuur de nieuwe ziel zich onmogelijk kan manifesteren maar als het ware ingekapseld wordt. De stille stem van het oorspronkelijke kan dan niet gehoord worden. Dat kan zo incarnaties lang doorgaan tot er een moment aanbreekt dat de drang tot zoeken zodanig groot wordt dat de persoonlijkheid als het ware gedwongen wordt om te gaan luisteren naar de innerlijke stem die maar blijft aandringen. Op die drang kan toch nog gereageerd worden door nog dieper in de natuur en haar eigenheden in te gaan. Uiteindelijk zal de persoonlijkheid, doodmoe van al dat zoeken en tasten, de aandacht aan het natuurlijke gaan onttrekken en dan gebeurt er iets logisch in het galvanisch proces. Er is geen aandacht meer voor het animale, er gaat dus geen stroom meer van de kathode naar de anode. Daardoor lost de opgegroeide laag weer op in de elektrolyt. In de context van deze zienswijze dient er vermeld te worden dat de kathode hier tweeledig is. De kern van de kathode is gevormd door een goudstralend atoom, helemaal conform de zoekende mens. Het omhulsel van die kern zal eveneens oplossen in het elektrolyt. Het goudstralend atoom komt dus helemaal vrij van haar belemmeringen. Dat sluit prachtig aan bij de uitspraak: “om goud te maken, moet je goud hebben”. In het evangelie wordt dit aangeduid als de geboorte van het Jezuskind. Het zal duidelijk zijn dat dit ‘kind’ nog de nodige zorg behoeft. In de galvanische context wordt de kathode dan in een chemisch goudbad geplaatst waarvan de anodes gevormd zijn door koolstofstaven. Koolstof als symbool van de (doods)natuur. Men koestert geen verwachting meer van deze natuur. In dit bad wordt van buitenaf goud toegevoegd, opgeloste goudkristallen. Wanneer er nu een gelijkstroom uit gaat van de kathode, het gelijkmatige verlangen, slaan deze goudionen neer op de Kathode en wordt de Ka versterkt in haar gouden uitstraling. Na verloop van tijd zullen de koolstofstaven splijten. In evangelische termen: het voorhangsel scheurt. De doodsnatuur heeft haar bekoring voor de persoonlijkheid nu totaal verloren. De kathode, de Ka is dan voldoende zelfstandig om haar eigen weg te gaan. De mens heeft haar of zijn taak volbracht.

Zo leert ons dit dat het oude zoeken van de alchemisten meer was dan het zoeken naar een methode om van lood goud te maken. Het was en is een zoeken naar een antwoord op de innerlijke drang van het restant van een ziel, Ka, die eens de bezieling was van de oorspronkelijke mens. De oorspronkelijke mens gezien als een bewustzijnsvorm waarvan het niet mogelijk is om die in onze bewustzijnsstaat te omschrijven. Zo is dus de alchemie van de middeleeuwen nog steeds brandend actueel.

Aan ons is het om van de ode aan het animale, in welke vorm dan ook, over te gaan naar een levensstaat waarin de Ka niet langer als in doodsslaap verkeert maar weer haar oorspronkelijke bezieling kan belevendigen. Uiteraard is dat een procesmatig gebeuren. Een minder worden naar de ineigen natuur en daardoor een mogelijkheid scheppen voor het andere in de mens. Het andere bekleden met een gouden uitstraling, niet van deze wereld.

 

[1] ] Proton emission in ultraperipheral Pb-Pb collisions at TeV | Phys. Rev. C

Deel dit artikel

Artikel informatie

Datum: april 2, 2026
Foto: Kyraxys on Pixabay CC0

Featured image: