Want het Zelf, dat wat ik werkelijk van oorsprong ben, is volmaakt en vervuld, omdat het ís:
al het andere gaat voorbij, is slechts een komen en gaan.
Maar waar is dit ongrijpbare Zelf te vinden? [1]
Ik had geen flauw idee, toen ik het erop waagde om dit onbekende land binnen te gaan. Het was onvoorspelbaar, dat deze ene reis zou uitmonden in een eindeloos verhaal. Dit in- en uitreizen van een vreemd land is vermoeiender en zwaarder dan mijn hele leven tot nu toe was. Iedere reiziger die ooit door een douanecontrole is gegaan, wil dit vervelende, tijdrovende proces zo snel mogelijk achter de rug hebben. Maar ik mag niet klagen, ik heb ook geen spijt van mijn beslissing om aan deze intensieve reis te beginnen. Uiteindelijk is het de moeite waard geweest; mijn verblijven worden steeds langer en geleidelijk aan wordt het onbekende land mij tot vertrouwd terrein.
Ik mag hier blijven, omdat het bewustzijn sommigen met mij heeft laten kennismaken.
Ik ben vrijwillig aan deze reis begonnen, zonder bedoeling, zonder voorkennis en zonder vooropgezette ideeën. Ik kon vooraf onmogelijk iets weten over algemene gebruiken en andere zaken, simpelweg omdat daar waar ik vandaan kom, niets van dit alles bestaat.
Wat heb ik allemaal moeten doorstaan, voordat ik mijn vertrouwen kon stellen in dit vreemde, op zichzelf staande land! Mijn vastberadenheid om deze hele onderneming aan te gaan, kwam voort uit liefde voor de mensen, die wanhopig op zoek zijn naar vervulling.
Het zijn wezens vol tekortkomingen, pijnlijke leegtes en innerlijke gemis, die naar vervulling hunkeren. Maar nooit zal hun verlangen gestild worden, want zodra één van de leegtes is gevuld, dient een andere zich aan. [2]
Deze mensen zitten gevangen binnen de grenzen van hun land, dat ze ten onrechte als hun thuis beschouwen. Alleen ik weet waar ze oorspronkelijk vandaan komen en waar ze vervulling kunnen vinden. Onophoudelijk stuur ik hun mijn boodschap en ben bereid hen te begeleiden op hun weg naar huis. Ze hoeven hun huidige land of woonplaats niet eens te verlaten.
Zodra iemand gehoor geeft aan mijn roep, snel ik deze mens tegemoet, neem hem of haar serieus. Zo iemand stelt zich voor mij open, laat me binnen. Maar al snel beschouwen ze mij als een vreemdeling en sturen me weer weg. Hoe vaak heb ik al niet rondgedwaald, me afvragend of iemand uit dit land ooit echt van me zal houden.
Ik probeer altijd respectvol andermans woning binnen te gaan, om niemand te choqueren.
Daarom word ik in het begin meestal wel getolereerd. Maar dan opeens sta ik weer buiten.
Er klopt iets niet, houd ik mijzelf dan voor. En hoewel het mij veel energie kost, begin ik geduldig opnieuw, zoekend naar open deuren. Ik wil de volheid van leven brengen. Ik weet hoezeer mensen verlangen naar levensvervulling. Maar ik kan niet bij hen blijven, als ze me geen voeding of hun volle aandacht schenken, en alleen maar met zichzelf bezig zijn.
Aanvankelijk verwonderde het me dat mijn overvloed aan levenskracht niet zonder meer toegankelijk is voor mensen. Later begreep ik dat mijn kracht gemaakt is van een substantie die hen blind en zwak maakt. Nu weet ik waarom ze me niet kunnen zien of horen, me niet kunnen begrijpen of volgen. Ze identificeren zich met hun lichaam, hun gevoelens en hun gedachten, zonder zich bewust te zijn van hun veranderlijke aard. Het zijn slaven van hun zintuiglijke waarnemingen.
Toen ben ik begonnen mijzelf kenbaar te maken. Wat heb ik niet allemaal gedaan om de aandacht van mensen op het essentiële te richten! Ik heb kleuren, beelden en klanken aangereikt;
ik heb natuurverschijnselen en kunstwerken gecreëerd; via mij zijn filosofie en literatuur ter wereld gekomen – en dat allemaal om een brug te slaan tussen twee tegenover elkaar liggende oevers die zo oneindig veel van elkaar verschillen.
Net als een loods, die schepen veilig weet te begeleiden naar de haven, zo begeleid ik mensen bij de oversteek naar de andere oever. Velen lopen vast op obstakels, op de ontmoedigende stemmen van kwelgeesten of de zoete lokroep van verleiders. Een heel koor van stemmen klinkt in de hoofden van hen, die de stilte van de andere oever willen bereiken. De ene stem klinkt betekenisvoller en aantrekkelijker dan de andere. Bijzonder onweerstaanbaar zijn de verheven, vriendelijke en volkomen vredige stemmen. Ook zijn er stemmen die waarde creëren en succes beloven. Ze klinken zo aangenaam, smelten zo heerlijk op de tong, dat men niet meer kan stoppen met naar hen te luisteren en zich met hen te verbinden.
Steeds weer moet ik geduld betrachten. Alleen vrijwilligers kunnen met mij meereizen, alleen mensen die alle andere paden al bewandeld hebben. Nu vraag je je natuurlijk af, wie ik eigenlijk ben, dit vreemde wezen dat ook naar jou op zoek is. Soms merk je iets van mijn aanwezigheid, als je in het midden van je lichaam, in het gebied van je hart, een lichte en warme gloed voelt.
Ik ben het kleine lichtje dat altijd in je nabijheid is. De deur, waarbij ik wacht tot ze opengaat, bevindt zich in je hart. Je kunt me waarnemen wanneer je stil wordt en je afwendt van alle gedachten die door je hoofd razen. Je zult me ontmoeten wanneer je bewustzijn de obstakels herkent en overwint. Het onbekende land waar ik vandaan kom, komt je dan opeens bekend voor. Het vervult je met een kalmte en levendigheid die je niet eerder besefte. Je dompelt jezelf onder in de vrede die je altijd al in jezelf aanwezig wist. Want volgde je me niet al heel lang?
Ik heb lang en diep gegraven
in het midden van een afschuwelijke massa modder en vuil …
Een stem riep: ‘Ga daarheen, waar niemand geweest is!
Graaf dieper, nog dieper,
totdat je het donkere stenen fundament bereikt.
En klop dan op de poort die slot noch sleutel heeft.’(Sri Aurobindo, A God’s Labour, Poems Past and Present)
Bronnen:
[1] Satprem, Der Sonnenweg. Der Schlüssel zur bewussten Evolution, 2. druk, Parijs 2012
[2] Idem

