<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Tijdgeest &#8211; logon</title>
	<atom:link href="https://logon.media/nl/category_/zeitgeist-nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://logon.media/nl/</link>
	<description>Een online-tijdschrift over spirituele ontwikkeling.</description>
	<lastBuildDate>Fri, 26 Jun 2026 15:21:31 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.8.6</generator>

<image>
	<url>https://logon.media/wp-content/uploads/2022/09/cropped-logon_276x276-e1644579355169-32x32.png</url>
	<title>Tijdgeest &#8211; logon</title>
	<link>https://logon.media/nl/</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>De wereld zal door schoonheid verlost worden</title>
		<link>https://logon.media/nl/logon_article/de-wereld-zal-door-schoonheid-verlost-worden/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ruud]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 26 Jun 2026 13:00:49 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://logon.media/?post_type=logon_article&#038;p=128334</guid>

					<description><![CDATA[Doordat hij de pijn van de ander in liefde deelt, stralen hun zielen in een schoonheid waarvan de glans de dood zal overwinnen en de wereld ooit zal verlossen. Dostojevski’s roman De Idioot ‘Is het waar, hoogheid, dat u eens heeft gezegd dat de wereld door  schoonheid verlost zal worden?’ Deze vraag richt een jonge [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>Doordat hij de pijn van de ander in liefde deelt, stralen hun zielen in een schoonheid waarvan de glans de dood zal overwinnen en de wereld ooit zal verlossen.</em><span id="more-128334"></span></p>
<h3><strong>Dostojevski’s roman <em>De Idioot</em></strong></h3>
<p>‘Is het waar, hoogheid, dat u eens heeft gezegd dat de wereld door  schoonheid verlost zal worden?’ Deze vraag richt een jonge vriend aan prins Mysjkin, de hoofdpersoon in Dostojevski’s roman <em>De Idioot</em>. Omdat de prins zwijgt, vraagt de vriend nogmaals: ‘Wat is het voor een schoonheid die de wereld verlossen zal?’ De prins kijkt hem indringend aan, maar antwoordt niet.<sup> <a href="#_edn1" name="_ednref1">[1]</a></sup></p>
<p>Vanaf nu zal hij echter in grenzeloos medeleven aan de zijde van zijn aan tuberculose lijdende jonge vriend blijven, want hij weet dat deze de dood nabij is. Hij herinnert zich maar al te goed het aangezicht van de dood, waarmee hij zelf ooit als jongeman oog in oog stond. Het lijkt alsof hij met zijn stilzwijgen tegen zijn vriend wil zeggen dat hij zijn pijn in liefde met hem zal delen en dat dit hun zielen zal laten stralen in een schoonheid waarvan de glans de dood zal overwinnen en de wereld ooit zal verlossen.</p>
<h3><strong>Een schijnexecutie</strong></h3>
<p>Dostojevski zelf was 27 jaar oud toen hij in St. Petersburg samen met een kleine groep vrienden vanwege regimevijandig, socialistisch denken tot de dood werd veroordeeld. In een brief aan zijn broer schrijft hij: ‘Vandaag, 22 december, werden wij allen naar het Semjonovplein gebracht.’ Toen ze aan weerszijden van het schavot stonden opgesteld, trad de rechter naar het midden van de executieplaats en las het doodvonnis voor: ‘Veroordeeld tot de dood door executie.’ Plotseling brak de zon door de wolken. En Dostojevski zei: ‘Het kan toch niet waar zijn, dat ze ons gaan executeren…’</p>
<p>De veroordeelden krijgen de witte doodskleding aangetrokken, de zwaarden worden boven hun hoofden gebroken. Ze worden aan de palen vastgebonden en de kappen worden over hun ogen getrokken; de soldaten houden hun geweren in de aanslag, dan klinkt er tromgeroffel. De kappen worden van de hoofden van de terdoodveroordeelden gerukt en ze worden losgemaakt van de palen. Een koerier van de tsaar maakt de gratie bekend. De doodstraf wordt omgezet in dwangarbeid! Enkele dagen later wordt Dostojevski samen met vele anderen naar Siberië gedeporteerd. Later zullen ze te weten komen dat de tsaar dit schijnproces al geruime tijd zo had gepland.<a href="#_edn2" name="_ednref2">[2]</a></p>
<p>Dat ene moment in het ‘noch dood, noch levend’, dat plotseling in het zonlicht staat, zal Dostojevski ooit doen zeggen:</p>
<p>‘Het is toch verbazingwekkend wat een enkele zonnestraal met de ziel van de mens doet.’ En ook: ‘Ik kan de zon zien, (…) en weten dat de zon er is, dat is leven.’<a href="#_edn3" name="_ednref3">[3]</a></p>
<p>Stefan Zweig beschrijft dit moment in zijn gedicht ‘Heroischer Augenblick’:</p>
<blockquote><p><em>De dood kruipt aarzelend uit de verstijfde gewrichten,</em></p>
<p><em>en de ogen voelen, nog door een zwarte sluier bedekt,</em></p>
<p><em>dat ze worden omhuld door de groet van het eeuwige licht (…).</em></p>
<p><em>Want hij voelt dat, pas sinds hij de bittere lippen van de dood heeft aangeraakt, zijn hart de zoetheid van het leven proeft</em><strong>.</strong><a href="#_edn4" name="_ednref4">[4]</a></p></blockquote>
<h3><strong>Epilepsie als metafoor</strong></h3>
<p>Dostojevski bleef zijn hele leven lang getekend door de onbeschrijflijke vernedering die hem was aangedaan door een staatsmacht die hem ter dood had veroordeeld en hem op het laatste moment weer in leven wilde laten. Deze schok veroorzaakte bij hem chronische epilepsie. Dat ene beslissende moment waarop het zonlicht dat zijn ziel doordrong hem voor de dood behoedde en hem tot nieuw leven wekte, zal in Dostojevski’s ziel als een blijvende ervaring tijdens zijn epileptische aanvallen gegrift blijven, die hij in de gedaante van prins Mysjkin in zijn roman <em>De Idioot</em> verwerkte. In deze ambivalentie is elke epileptische aanval van de prins een poging van zijn ziel om de tegenstellingen tussen dood en geboorte als een op ervaring gebaseerde eenheid in het menselijk leven te integreren. Prins Mysjkin is een soort alter ego van Dostojevski.</p>
<p>De prins, die in zijn eigen ongeluk de verbondenheid van alle mensen ervaart, leidt een werkelijk nederig leven. De mensen om hem heen kunnen hem echter niet begrijpen. Zij leven in een schijnwereld van eigenliefde, bespotten zijn edele en meelevende ziel en noemen hem een idioot.</p>
<h3><strong>Een parallel tussen vorst Mysjkin en Jezus</strong></h3>
<p>In zijn beschouwingen over Dostojevski’s <em>De Idioot</em> vergelijkt Hermann Hesse prins Mysjkin met Jezus.<a href="#_edn5" name="_ednref5">[5]</a></p>
<blockquote><p><em>De parallel tussen beiden is de gedachte aan het moment waarop Jezus in de tuin van Getsemane de laatste beker van Gods toorn drinkt (…). Het is het moment van een ongelofelijke, totale afzondering, een tragische eenzaamheid van de ‘idioot’: aan de ene kant de samenleving, de mensen met smaak, de wereldse mensen, de rijken, machtigen en conservatieven, aan de andere kant de kwaadwillende jeugd, meedogenloos, niets anders kennend dan opstand, woest, wild, naamloos dom… – en tussen beide partijen de prins, alleen, kwetsbaar, door beide kanten kritisch en met de hoogste spanning gadegeslagen. En hoe eindigt de situatie?</em></p>
<p><em>Het eindigt ermee dat Mysjkin (…) zich volledig gedraagt in overeenstemming met zijn goede, vriendelijke, kinderlijke aard (…), dat hij op de meest brutale opmerkingen nog steeds met onbaatzuchtigheid reageert (…) en dat hij daardoor volledig wordt afgewezen en veracht (…). Iedereen keert zich van hem af (…), even zijn de uiterste tegenstellingen in maatschappelijke positie, leeftijd en levensbeschouwing totaal verdwenen, en iedereen is het er volledig over eens dat ze zich verontwaardigd afkeren van degene die de enige reine onder hen is.</em></p>
<p><em>Waar komt het toch vandaan dat deze idioot geen plaats heeft in de wereld van de anderen?</em></p>
<p><em>Dat komt omdat de idioot anders denkt dan de anderen. Zijn manier van denken is wat ik ‘het magische’ noem.</em><a href="#_edn6" name="_ednref6">[6]</a></p></blockquote>
<p>Prins Mysjkin stond ooit tijdens het executieproces op de magische grens, waar hij alles moest aanvaarden: de gedachte aan de dood en het tegenovergestelde daarvan, het leven. Hij besefte dat er geen wet, geen cultuur, geen moraal en geen opvoeding bestaat die anders <em>waar</em> zou zijn dan vanuit slechts één uitgangspunt – en dat elk uitgangspunt zijn tegenpool heeft. Daarmee ontkende hij de hele wereld en de werkelijkheid van de anderen, en het feit dat hij naar voren trad als een innemend, onbaatzuchtig mens, maakte de mensen hulpeloos. In het licht en de verwarmende liefde van de zonnestraal die hem ooit tot nieuw leven had gewekt, had hij de ware eenheid en de wet van het menselijk bestaan ervaren.</p>
<h3><strong>De wet van het medelijden</strong></h3>
<p>‘Medeleven is immers de belangrijkste en misschien wel de enige wet die het bestaan van de hele mensheid bepaalt,’ zei Dostojevski.</p>
<p>‘Wanneer we de pijn met onze naasten delen, nemen we alle mensen in ons hart op. Tegelijkertijd verbinden we ons met onze gemeenschappelijke goddelijke levensbron, die de plek is waar de oorspronkelijke schoonheid van Gods liefde straalt.’ <a href="#_edn7" name="_ednref7">[7]</a></p>
<p>Dat is het geheim van de schoonheid: ze straalt een glans uit die de heerlijkheid van God in zijn hele schepping tot uitdrukking brengt en die de wereld verlossen zal.</p>
<blockquote><p><em>Ondanks de volkomen bescheidenheid, ja zelfs nederigheid van deze prins Mysjkin, is hij volkomen ongenaakbaar, en zijn leven straalt een orde uit waarvan het middelpunt juist zijn eigen, tot verdwijning gerijpte eenzaamheid is. In feite is er daarmee iets heel vreemds aan de hand: alle gebeurtenissen, hoe ver ze ook van hem verwijderd mogen plaatsvinden, oefenen een zwaartekracht op hem uit en deze zwaartekracht van alle dingen en mensen naar de Ene vormt de inhoud van het boek.</em></p>
<p>Walter Benjamin</p></blockquote>
<p>Uit Stefan Zweigs <em>Sternstunden der Menschheit</em> – hoofdstuk 10 ‘Heroischer Augenblick’:</p>
<blockquote><p><em>En hij beseft</em></p>
<p><em>dat hij op dat ene moment</em></p>
<p><em>die andere was,</em></p>
<p><em>die duizend jaar geleden aan het kruis stond,</em></p>
<p><em>en dat hij, net als Hij,</em></p>
<p><em>sinds die brandende doodskus,</em></p>
<p><em>het leven moet liefhebben omwille van het lijden.</em></p></blockquote>
<p>&nbsp;</p>
<h3> Bronnen:</h3>
<p><a href="#_ednref1" name="_edn1">[1]</a> Dostojewski, Fjodor M., <em>Der Idiot</em>, München 1997</p>
<p><a href="#_ednref2" name="_edn2">[2]</a> De executie</p>
<p><a href="#_ednref3" name="_edn3">[3]</a> Citaat uit <a href="https://www.aphorismen.de/">Aphorismen, Sprüche und Gedichte &#8211; Aphorismen.de</a></p>
<p><a href="#_ednref4" name="_edn4">[4]</a> Zweig, Stefan, <em>Sternstunden der Menschheit</em>, Heroischer Augenblick, Projekt Gutenberg.de</p>
<p><a href="#_ednref5" name="_edn5">[5]</a> Hesse, Hermann, <em>Gedanken zu Dostojewskis Idiot</em>, <a href="https://hesse.projects-gss.ucsb.edu/">https://hesse.projects-gss.ucsb.edu</a></p>
<p><a href="#_ednref6" name="_edn6">[6]</a> Ebda</p>
<p><a href="#_ednref7" name="_edn7">[7]</a> Dan verwerkelijkt schoonheid de betekenis van haar oorsprong uit het Sanskriet, Bet-El-Za, wat ‘de plaats waar God schijnt’ betekent.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Vlucht – Heraut van een Nieuw Leven</title>
		<link>https://logon.media/nl/logon_article/vlucht-heraut-van-een-nieuw-leven/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ruud]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 07 Jun 2026 06:00:27 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://logon.media/?post_type=logon_article&#038;p=127751</guid>

					<description><![CDATA[‘Als je eenmaal hebt geproefd hoe het is om te vliegen, zul je over de aarde wandelen met je blik voor altijd naar de hemel gericht, want daar ben je geweest, en daar verlang je altijd naar terug te keren.’ John H. Secondari Secondari spreekt over iets dat vergeleken kan worden met wat Eckhart Tolle [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>‘Als je eenmaal hebt geproefd hoe het is om te vliegen, zul je over de aarde wandelen met je blik voor altijd naar de hemel gericht, want daar ben je geweest, en daar verlang je altijd naar terug te keren.’</em></p>
<p>John H. Secondari</p>
<p><span id="more-127751"></span></p>
<p>Secondari spreekt over iets dat vergeleken kan worden met wat Eckhart Tolle beschrijft in zijn introductie tot <em>De Kracht van het Nu</em>: een staat van diepe vrede en vreugde, verbonden met een vernieuwde, levendige waarneming van alles rondom ons.</p>
<p>Ieder die zo’n ‘vlucht’ heeft gekend, begrijpt het als een ingrijpende, innerlijke verschuiving.</p>
<p>Wanneer de deur opengaat naar een beleving van alles met meer licht en schoonheid, worden we ons pas bewust van de eentonigheid waarin we hebben geleefd, zonder dat we het zelfs maar doorhadden.</p>
<p>En zoals Secondari suggereert: als je het eenmaal hebt meegemaakt, zul je altijd blijven verlangen naar nieuwe vluchten.<br />
De duur van een vlucht kan variëren, maar de eerste ervaring is zonder twijfel de meest bijzondere, omdat alles daarin nieuw is.</p>
<p>Een vlucht kan beginnen – na een periode van intens verlangen naar verlichting – door middel van een plotseling wijziging in de ademhaling. Die versnelt en verdiept zich totdat, geheel op natuurlijke wijze, we tot een nieuwe innerlijke staat komen, zonder stimulans van een of andere techniek of substantie.</p>
<p>Op dat moment kan de gewone, gebruikelijke longademhaling – de soort die ons leven binnen onze natuurlijke orde ondersteunt, de orde waarin alles eeuwig is onderworpen aan verandering en gebonden aan dualiteit – plaats maken voor een subtieler ritme.</p>
<p>Dit is magnetisch ademhalen, een teken van heroriëntatie op een geheel andere werkelijkheid: een statische werkelijkheid. Deze werkelijkheid is de oorspronkelijke goddelijke orde, een sublieme staat van zijn, beheerst door spirituele wetten die totaal verschillen van de wetten die het gewone leven beheersen.</p>
<p>Magnetische ademhaling behoort niet volledig bij de fysieke staat van zijn. Zij ontvouwt zich in het etherlichaam, wanneer een sprankje bewustzijn een meer statische staat van zijn begint uit te  drukken.</p>
<p>Het is niet slechts het in- en uit gaan van lucht, maar het absorberen en circuleren van levende kracht (prana, chi), die van deze hogere orde uitgaat.</p>
<p>Het is alsof het hele wezen een levende stroom rechtstreeks uit een meer werkelijke en blijvende bron begint in te ademen, die niet alleen de longen vult, maar ook de ruimte tussen de gedachten, en subtiele centra doet ontwaken.</p>
<p>Hier begint de vlucht – niet als een vlucht uit de wereld, maar als een intrede in een meer werkelijke en eeuwige dimensie van het bestaan.</p>
<p>Natuurlijk zijn er oppervlakkige overeenkomsten met veranderde bewustzijnstoestanden die door drugs worden veroorzaakt.  Toch is dat pad misleidend – onhoudbaar en riskant.  Drugs werken volledig binnen het spectrum van polariteiten van deze natuurlijke orde (plezier/pijn, euforie/depressie) en creëren een illusie van expansie die ons in werkelijkheid nog dieper aan deze natuurorde bindt.</p>
<p>Het gebruik van middelen om verruimde bewustzijnstoestanden na te jagen, leidt tot illusoire, broze waarnemingen. Ze werken van buitenaf naar binnen, nooit als een werkelijk innerlijk proces van wedergeboorte vanuit de statische orde.<br />
Vandaar de bijbelse waarschuwing:</p>
<blockquote><p>‘<em>Voorwaar, voorwaar, ik zeg jullie: wie niet via de poort de schaapskooi binnengaat, maar op een andere manier naar binnen klimt, is een dief en een rover’</em> — Johannes 10:1</p></blockquote>
<p>De ‘poort’ is het pad van werkelijk ontwaken, leidend naar de  statische orde, terwijl het ‘binnen klimmen door een andere deur’ een poging is om een spirituele ervaring te forceren, door het gebruik van hulpstoffen en krachten van deze natuurorde, zoals bijvoorbeeld drugs.</p>
<p>Zoals werkelijke spirituele leiders al lange tijd hebben benadrukt, is de zuiverheid van het voertuig – het lichaam en de bloedstroom – voorwaarde om dit nieuwe levensprincipe van de statische orde duurzaam tot uiting te laten komen, waardoor we op weg worden geholpen naar een blijvende verbinding met wat Secondari ‘de hemel’ noemt.</p>
<p>Het doel is dan ook om dat wat eens slechts vluchten waren, te doen verkeren is een nieuwe en voortdurende staat van zijn – een wedergeboorte door middel van transfiguratie in het verheerlijkte lichaam van de oorspronkelijke Godsorde.</p>
<p>Mogen wij allen deze transformatie bewerkstelligen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Het stille openen van het Innerlijke Hart</title>
		<link>https://logon.media/nl/logon_article/het-stille-openen-van-het-innerlijke-hart/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ruud]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 01 Jun 2026 06:00:44 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://logon.media/?post_type=logon_article&#038;p=127686</guid>

					<description><![CDATA[Zacht en teder gebeurt het . Wanneer de innerlijke bron zich opent – en soms gebeurt dat – dan gaat het zo stil. Er is geen trompetgeschal, en er is geen drempel die men overgaat. Geen enkel signaal klinkt er. En toch is er iets heel anders. Niet dramatisch, niet zichtbaar, maar anders. Paradoxaal genoeg [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>Zacht en teder gebeurt het .</em></p>
<p><span id="more-127686"></span></p>
<p>Wanneer de innerlijke bron zich opent – en soms gebeurt dat – dan gaat het zo stil. Er is geen trompetgeschal, en er is geen drempel die men overgaat. Geen enkel signaal klinkt er. En toch is er iets heel anders. Niet dramatisch, niet zichtbaar, maar anders.</p>
<p>Paradoxaal genoeg is het zo dat hoe meer we het proberen te grijpen, des te meer het ons ontglipt. Het lijkt erop dat het spontaan komt, als vanzelf, wanneer het daarvoor kiest, of wanneer de tijd dáár is.</p>
<p>Het eerste wat verandert is niet de wereld of zelfs onze ervaring daarvan, maar de relatie met die ervaring. De aandacht laat haar greep los. De drang om alles te verklaren wordt minder.</p>
<p>In de eindeloze cirkel van gedachten is er een kortstondige stilte.</p>
<p>Luisteren wordt mogelijk, een luisteren dat niet op resultaten gericht is, maar dat wacht… bijna hulpeloos, en toch alert.</p>
<p>Heel vaak gebeurt het op een indirecte manier, misschien tijdens een rustmoment, of gedurende iets heel onbeduidens: een pauze tijdens het handen wassen, een aarzeling in een gesprek, een blik uit het raam. Wanneer de gebruikelijke verplichtingen even wegvallen en je voor even nergens naar zoekt, kan er iets anders, iets heel subtiels, je naderen.</p>
<p>Er zijn geen speciale voorwaarden vereist, alleen maar beschikbaarheid en het niet blokkeren.</p>
<p>Een gedicht kan zo’n moment soms weerspiegelen. Niet omdat het een verklaring biedt. Helemaal niet. Maar omdat het iets levends weergeeft, iets dat net onder de oppervlakte beweegt, nog niet uitgesproken. Het juiste gedicht onthult het mysterie niet. Het trekt zich terug, zodat het mysterie gevoeld kan worden.</p>
<h3><strong>Innerlijke Hemel</strong></h3>
<p>De uitdrukking ‘innerlijke hemel’ is wat vreemd, als je er goed over nadenkt. Het wijst niet omhoog of naar buiten toe. Het verwijst naar binnen, maar niet naar een bepaalde plek. Het duidt op een toestand, een manier van zijn.</p>
<p>In de taal van het Rozenkruis verwijst het naar het ontwaken van een ander soort bewustzijn, een dat niet gecentreerd is in de persoonlijkheid of in het ego. Een dat niet vanuit het zelf komt, maar komt vanuit een geheel andere innerlijke bron.</p>
<p>Die bron, soms ook genoemd de geestvonk of goddelijke kern, spreekt niet in emoties. Zij komt niet voort uit het geheugen, zij blijft stil totdat zij gehoord wordt. En wanneer zij gehoord is, is alles anders, niet qua uiterlijk maar qua betekenis.</p>
<p>Deze nieuwe manier van waarnemen staat niet los van de wereld. Ze straalt erdoorheen. Net zoals licht zelf niet ‘gezien’ wordt, maar onthult wat er is, zo onthult dit licht een soort innerlijke waarachtigheid die er altijd al is geweest.<br />
Sommige gnostieke geschriften beschrijven dit als het licht van het Pleroma, de volheid, terwijl de menselijke ziel is afgedwaald in de vergetelheid.</p>
<p>Het doel is niet om weer naar boven te klimmen. Het gaat erom ruimte te creëren van binnen, zodat het licht weer kan worden ontvangen.<br />
Deze ruimte ontstaat door loslaten, een soort innerlijke armoede. Geen wanhoop, geen gebrek, maar het vrijwillig loslaten van alles wat ‘rommel’ veroorzaakt. Gedachten, angst, controle, interpretaties. Niet omdat ze ‘slecht’ zijn, maar omdat ze in de weg staan.<br />
De weg naar binnen is geen trap. Het is een loslaten. We worden niet spiritueler door iets aan het zelf toe te voegen. Nee, iets anders, iets stillers, moet naar voren komen als het zelf een stap opzij doet.</p>
<h3><strong>De staat van ontvankelijkheid<br />
</strong></h3>
<p>Het is vreemd hoe we ons voorbereiden op iets waar we ons niet op kunnen voorbereiden. Je kunt het licht niet grijpen zonder het te verzwakken. En toch moeten we op de een of andere manier er klaar voor zijn.<br />
Deze gereedheid is als… een rijpen. Iets ongedwongens, ongehaast, onzichtbaar. Totdat het er is&#8230;</p>
<p>De innerlijke hemel begint zich te openen wanneer de ziel zichzelf overgeeft. Niet vanuit een ideologie, of omdat het moet, maar vanuit een diep innerlijk weten, onuitgesproken, niet bewijsbaar  – dat dit haar bestemming is. Dat zij geschapen is voor iets wat zij niet kan bezitten.</p>
<p>En dit weten… het begint niet in het verstand. Het roert zich dieper van binnen, alsof we ons iets herinneren dat ons nooit is geleerd, maar dat er altijd al was.<br />
Ontvankelijkheid is dus geen vaardigheid. Je kunt het niet leren. Maar bepaalde dingen kunnen het wel ondersteunen: stilte, studie, oprecht gezelschap en eerlijke eenzaamheid. Toch biedt geen van deze zaken enige garantie. Ze scheppen slechts de omstandigheden waarin het echte werk – de onzichtbare ommekeer van de ziel – zou kunnen beginnen.<br />
En wanneer het begint, verschuift het landschap. De omstandigheden kunnen ongewijzigd blijven. Maar er verandert iets in hoe ze worden gezien, hoe er doorheen wordt gelopen. Dat is het stille wonder.</p>
<h3><strong>Een andere kwaliteit van licht</strong></h3>
<p>In sommige geschriften van de Rozenkruisers wordt gezegd dat de innerlijke zon opkomt in het heiligdom van het hart. Dit is niet alleen een metafoor. Het wijst op iets dat gekend kan worden, niet conceptueel, maar innerlijk.</p>
<p>Zoals de fysieke zon verandert wat hij aanraakt, zo verandert ook deze innerlijke zon de sfeer van het bewustzijn. De waarneming gaat een bepaalde warmte en helderheid vertonen die er voorheen niet waren. Maar het is subtiel. Als je er achteraan jaagt, verbergt het zich.<br />
Dit licht verdeelt niet. Het beoordeelt niet. Het zegt niet: dit is waardig, en dat niet. Het vergelijkt niet. Het wordt als een geheel gezien. En het zien van het geheel brengt vrede. Niet de vrede van afwezigheid — maar de vrede van aanwezigheid.</p>
<p>En deze aanwezigheid geeft betekenis door directe deelname.<br />
Leven vanuit dit licht is het dienen, hoewel niet zelfbewust. Het sijpelt door in de kleinste dingen. Een gebaar. Een stilte. Een woord, uitgesproken zonder berekening. Zelfs niets doen, als dat niets waarachtig is, kan een voertuig worden.</p>
<p>Na verloop van tijd gebeurt er iets. De ziel gaat het leven op een andere manier waarnemen. De drama’s die ooit zo overweldigend leken, zijn nu niet meer dan voorbijgaande buien. Verdriet is niet langer de vijand – niet omdat het verdwijnt, maar omdat het past binnen een grotere ruimte. Het licht neemt de pijn niet weg. Het omarmt haar op een andere manier.</p>
<h3><strong>De sluier van het Alledaagse</strong></h3>
<p>Datgene wat dit licht voor ons verbergt is niet de duisternis, maar het alledaagse. Geen slechtheid – maar vertrouwdheid, gewoontes, veronderstellingen.</p>
<p>Een mening, afleiding, urgentie, vergelijking – geen van alle zijn ze verkeerd. Maar opgevat als definitief, maken ze de lucht zwaar. En uiteindelijk kunnen we er niet meer doorheen zien.</p>
<p>Het doorbreken van deze sluier betekent niet het verlaten van de wereld. Juist het tegenovergestelde. Het betekent gaan zien met helderer ogen. Zonder de filters van ons zelf. En zonder de eis dat het ons eigen verhaal moet dienen.</p>
<p>En dan, heel stil, wordt de wereld transparant, niet in de mystieke zin van verdwijnen, maar op een meer menselijke manier. Je ziet wat er is, en wat erachter schuilgaat. Het licht begint er doorheen te dringen. En in die ontmoeting kussen hemel en aarde elkaar. Niet als ideeën. Maar als een aanwezigheid.<br />
De innerlijke hemel neemt ons in zich op met een hart dat niet langer vasthoudt of eist. Een hart dat kan geven, omdat het heeft ontvangen.</p>
<p>Zelfs de meest onbelangrijke dingen, zoals naar het aanrecht lopen, of een doek opvouwen, kunnen een moment van bewustwording zijn. Niet omdat we er iets groots van maken, maar omdat we ze helder en zonder ruis tegemoet treden.<br />
Het heilige is, wanneer het zich aandient, over het algemeen niet luidruchtig. Het hoeft zichzelf niet aan te kondigen. Het komt zachtjes wanneer we ophouden met grijpen, wanneer het innerlijke lawaai wegsterft.</p>
<p>En dan begint er iets, niet precies iets nieuws, maar iets wat we als nieuw beschouwen. Geen idee dat gedragen moet worden, maar een manier van gaan, een wijze van zijn.</p>
<p>Dit is geen finish lijn, het is de start van een nieuw leven.</p>
<p>In die ruimte gaat het niet langer om de vraag: wat moet ik doen om bewust te worden? Het wordt iets veel stiller: hoe blijf ik open voor wat in mij al bewust gaat worden?</p>
<p>Er is geen antwoord daarop. Slechts het pad, die ene stap. En dan nog een. In stilte, in trouw en het luisteren dat niet langer daarvoor iets in ruil vereist.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Schalen</title>
		<link>https://logon.media/nl/logon_article/schalen/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ruud]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 17 Feb 2026 13:27:27 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://logon.media/?post_type=logon_article&#038;p=125611</guid>

					<description><![CDATA[De essentie van de mens reikt van de aarde tot in de hoogste regionen van bewustzijn en kracht; uiteindelijk raakt zij aan het onkenbare goddelijke. We leven in die sfeer waarin ons bewustzijn verankerd is. Als het zwaartepunt van ons bewustzijn, en daarmee onze identificatie, verschuift, ervaren we andere lagen van ons wezen en van [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>De essentie van de mens reikt van de aarde tot in de hoogste regionen van bewustzijn en kracht; uiteindelijk raakt zij aan het onkenbare goddelijke.</em></p>
<p><span id="more-125611"></span></p>
<p><em>We leven in die sfeer waarin ons bewustzijn verankerd is. Als het zwaartepunt van ons bewustzijn, en daarmee onze identificatie, verschuift, ervaren we andere lagen van ons wezen en van de kosmos.</em></p>
<p>De oorspronkelijke scheppende kracht is geluid. Trilling creëert vorm en houdt deze in stand. Het geluid van de oorsprong transformeert zichzelf en gaat over in steeds concretere vormen, wordt zelf vorm – door alle kosmische gebieden heen. Daarom kan men zeggen dat alles uit een oerharmonie voortkomt en daar uitdrukking aan geeft. Maar we kunnen ook vaststellen dat het oerbewustzijn, dat met de energie in die vormen is doorgedrongen, vandaag de dag niet meer in ons werkzaam is: het voelt voor ons eigenlijk meer als een verre herinnering. We leven in afgescheidenheid, ook al zoeken we naar verbinding, harmonie en ruimte. Tussen onze huidige identiteit en de oerkracht stapelen dissonanten zich op als golven die vanuit de weidse oceaan aan komen rollen en aan de kust breken. De kust is steil, de identiteit leeft (nog) vooral op basis van haar begrenzingen.</p>
<h3><strong>Het instrument</strong></h3>
<p>Toch zijn wij instrumenten waarin de oerklank kan resoneren, waarin God zich niet alleen kan uitdrukken, maar ook de veelheid die in hem besloten ligt kan laten ervaren. Rumi (1207-1273) zegt hierover:</p>
<blockquote><p><em>De mens is het astrologische instrument van God.</em></p></blockquote>
<p><img decoding="async" class=" wp-image-121891 aligncenter" src="https://logon.media/wp-content/uploads/2025/10/Astrolab.jpg" alt="" width="203" height="208" srcset="https://logon.media/wp-content/uploads/2025/10/Astrolab.jpg 263w, https://logon.media/wp-content/uploads/2025/10/Astrolab-24x24.jpg 24w, https://logon.media/wp-content/uploads/2025/10/Astrolab-36x36.jpg 36w, https://logon.media/wp-content/uploads/2025/10/Astrolab-48x48.jpg 48w" sizes="(max-width: 203px) 100vw, 203px" /></p>
<p>Zo’n astrolabium is een astronomisch navigatie-instrument, een sterrenlezer. In zijn driedimensionale vorm, die lijkt op een wereldbol, toont het de hemel van buitenaf, zoals de microkosmische mens als het ware uit de eenheid is getreden als een uiterlijke manifestatie van God. Maar de hemel moet worden gelezen, zodat we ons op aarde kunnen oriënteren. Rumi legt het als volgt uit: de mens is een zintuig van God, een spiegel die zowel de mens als God zichtbaar maakt. Alleen God zelf kan het astrolabium bedienen: in de hand van de astronoom is het astrolabium uiterst nuttig, want <em>wie zichzelf kent, kent zijn Heer.</em> Wanneer de innerlijke god ontwaakt, gebruikt hij het navigatie-instrument. De hemelse sferen worden gelezen, hun krachten vloeien op transformerende wijze in het aardse levenspad. <em>De hemel lezen</em> betekent dan: je eigen standpunt op aarde opnieuw herkennen, de energieën begrijpen waarin je je bevindt en ze zonder weerstand gebruiken om te ontwaken.</p>
<h3><strong>Vernietiging, transformatie, nieuwe schepping</strong></h3>
<p>Kent u de theorie van de eigenfrequentie? Elk voorwerp heeft een eigenfrequentie. Bruggen waar soldaten in een bepaald ritme overheen lopen, glazen waartegen gezongen wordt: beide breken. Als een voorwerp in zijn eigenfrequentie wordt gestimuleerd, kan zijn trilling zo sterk worden dat het wordt vernietigd. Dat noemt men resonantiecatastrofe. Is het de dood, is het bevrijding van het wezenlijke?</p>
<p>De paracelsische geneeskunde gaat ervan uit dat de genezende essentie uit een plant alleen kan worden gewonnen als de aardse, eerste vorm door ontbinding sterft. Het goede of spirituele en het kwade of materiële kunnen dan van elkaar worden gescheiden en het genezende kan worden geëxtraheerd. <em>Het eerste leven</em>, waarin goed en kwaad onlosmakelijk met elkaar verweven zijn, moet sterven, schrijft Paracelsus in zijn <em>Opus Paramirum</em>, zodat een wedergeboorte kan plaatsvinden waarin de <em>geheime waarheden en helende krachten</em> aan het licht komen. Zo wordt ontbinding herkend als een noodzakelijk proces in de levenscyclus, dat de zuiverheid en de heilzame eigenschappen uit de ontbinding filtert.</p>
<p>Paracelsus spreekt ook bij de mens van de extractie van de kwintessens – zijn zuiverste, goddelijke essentie. Dit gebeurt niet alleen bij de fysieke dood, waarbij de kwintessens helpt bij het voorbereiden van de volgende incarnatie. Als alchemist kent Paracelsus de <em>dood tijdens het leven,</em> die door bewuste zelfarbeid al tijdens het leven de innerlijke kwintessens kan bevrijden.</p>
<p>Deze gedachte kan beangstigend of juist inspirerend zijn, wanneer men op zoek is naar harmonie met de oorsprong en op deze weg geconfronteerd wordt met de mystieke dood als een diepgaande transformatie. Het beeld wordt duidelijker als je het genoemde transformatieproces leert zien vanuit het perspectief van de identiteiten die de mens kan aannemen, van het (sterfelijke) individu tot het Al-Ene, zelfs tot een oorsprong die noch zijn, noch niet-zijn is. Ons probleem blijft de schil van onze identiteit, die zich opent of breekt.</p>
<p>Laten we alles achter ons als we de weg naar hogere bewustzijnsniveaus bewandelen en daarbij onze oude identiteit achter ons laten? Een facet van het antwoord is: we vieren afscheid en gaan op weg. Wat was en ons in staat stelde om te gaan, is in feite als essentie innerlijk herkenbaar geworden, het is een helende geneeskracht die door afscheid en opbreken echt bezit is geworden. Denk aan iets dat zich als ervaring zo diep in ons verankerd heeft dat we het nooit meer kunnen verliezen: de tijd van de ervaring mag dan ver, vreemd en onbekend lijken, maar de essentie is fris en aanwezig, omdat ze voortkomt uit een voltooide ervaring.</p>
<h3><strong>Schalen</strong></h3>
<p>Wij mensen lijken op schalen die in fijnere schalen passen. In alle schalen trilt een levengevende energie, fijner of grover. De fijnere schaal is de levengever en vormgever van de grovere schaal. Misschien vertaalt de oerkracht zich in ons als een symfonie. Ons zieleleven is heel concreet en gedifferentieerd, het is de som van vele levens. Geen enkel ander mens kan de klank voortbrengen die in onszelf resoneert. Maar wat een grotere rijkdom kunnen we ervaren en in onszelf belichamen als we ons weten te verbinden met een kosmische symfonie.</p>
<p>Er klinkt niet altijd een symfonie in ons. Angsten, verlangens en conflicten verstoren de harmonie. Ze laten echter ook zien dat we op zoek zijn naar overeenstemming met het grotere geheel, naar meer ruimte – een zoektocht die we met ons ‘ik’ in de beperkte materie niet kunnen vervullen. Het gaat hier niet alleen om het bereiken van een hogere vibratie, maar ook om het vinden van een nieuwe identiteit die niet langer strijdt om het persoonlijke, de invloedssfeer, het bezit, om veiligheid en zelfbehoud. Zij is namelijk niet langer op zoek naar het zogenaamde persoonlijke in de oude zin van het woord. Kunnen we ons wezen zodanig openstellen dat er in plaats van een botsing van tegengestelde energieën harmonie ontstaat? Hier kan een innerlijke alchemie beginnen, die uit de as van de vergankelijkheid een nieuwe geboorte voortbrengt. De zielen nemen de ervaring van in-zichzelf-gesloten-zijn mee op reis naar een andere vorm van individueel zijn. Eerst zochten we de zee in de druppel. Daarna ontdekten we dat wij zelf de zee zijn, die ons al vanaf het begin omhuld heeft.</p>
<p>De resonerende schaal produceert altijd geluid. Wat verandert er onderweg, misschien zelfs al vanaf het begin? De grens tussen ons en ‘al het andere’ verliest zijn angstige verstarring, zij hoeft niet langer een bolwerk of wapen te zijn, maar wordt juist een soepel middel van verbinding, van uitwisseling. We kunnen naar de anderen luisteren, reageren op hun geluid. En de anderen reageren op ons. Een enorm orkest waarvan de musici samen improviseren en zo nieuwe klankwerelden veroveren.</p>
<p>Op weg naar de omhullende schalen ligt steeds weer stilte. Wanneer de rusteloosheid, de strijd, het zoeken en het denken ophouden, ontstaat voor enkele ogenblikken een ruimte voor stilte. Daarin wordt niet meteen iets anders hoorbaar. Die stilte heeft echter wel eigenschappen. Ze is scheppend, ze is een-makend, zowel naar binnen als naar buiten. Ze brengt in ons andere bewogenheden voort, een ander horen, zien, handelen, ontmoeten. Het (post)moderne individu is door het oog van de naald van zijn zoektocht naar zichzelf en van zijn afbakening gegaan en heeft alles overgelaten aan de nog onbekende, grotere ruimte. Het luistert naar zijn ware zelf en vindt een diepliggende stroming die het kan volgen. Transformatie!</p>
<p>Voor ons als aardse wezens blijft wat we daar tegenkomen verborgen. Ons centrale perspectief kan de kern van het geheel niet bevatten, maar het leert ermee te resoneren.</p>
<blockquote><p><em>De mens is het mysterie van God. God is het mysterie van de mens.</em></p></blockquote>
<p>Dat zegt Abd al Qadr al Jilani, de soefi uit de twaalfde eeuw. God verbergt zich achter vele sluiers, achter talloze bewustzijns- en trillingsniveaus. En tegelijkertijd is hij ze allemaal. Rumi moedigt zijn lezers aan met deze woorden:</p>
<blockquote><p><em>Stop met zo klein te zijn. Je bent het universum in extatische beweging.</em></p></blockquote>
<p>Ik vraag me soms af wat het nut is van mijn fysieke omhulsel, dat zonder grenzen ondenkbaar is. Welke manieren van zijn, welke ervaringen zijn alleen hier mogelijk? Misschien moeten we de weg van zelfontdekking bewandelen tot aan deze grens, waar het definiëren van onszelf (als daadwerkelijke begrenzing) mogelijk is, zodat we van hieruit naar het onbegrensde kunnen gaan. Toch ben ik ervan overtuigd dat ook in de fysieke vorm de oerkracht weer kan gaan trillen als we onszelf loslaten, als we het aandurven om van een vastomlijnd geheel met zijn donkere, zoekende kern te veranderen in een puur klinkend instrument op onze levensweg. Dan wordt al het concrete dat zich in ons leven kan manifesteren een aspect van de god in ons.</p>
<blockquote><p><em>De leegte maakt het instrument bruikbaar.</em></p>
<p>Lao Zi, Daodejing, hoofdstuk 11</p></blockquote>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>PS Dit artikel maakt deel uit van een serie teksten over het thema ‘De magie van woord en klank’</p>
<p><a href="https://logon.media/de/logon_article/logon-magazin-wort-und-klang/">LOGON Magazin – Die Magie von Wort und Klang – LOGON</a></p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>De moed om te zijn</title>
		<link>https://logon.media/nl/logon_article/de-moed-om-te-zijn/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ruud]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 17 Nov 2025 06:00:35 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://logon.media/?post_type=logon_article&#038;p=122931</guid>

					<description><![CDATA[Zijn we bereid het leven volledig en onvoorwaardelijk te omarmen? Of spelen we op safe, leven we een soort halfslachtig leven, waarin we doen  wat iedereen doet, elk besef uitsluitend van wat er werkelijk op het spel staat? &#160; Terwijl ik materiaal verzamelde voor een nieuw boek, stuitte ik op een werk dat ik een [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>Zijn we bereid het leven volledig en onvoorwaardelijk te omarmen?</em></p>
<p><span id="more-122931"></span></p>
<p><em>Of spelen we op safe, leven we een soort halfslachtig leven, waarin we doen  wat iedereen doet, elk besef uitsluitend van wat er werkelijk op het spel staat?</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Terwijl ik materiaal verzamelde voor een nieuw boek, stuitte ik op een werk dat ik een paar jaar geleden gelezen had, maar al een tijdje niet meer had bekeken. Het was geschreven door de Duits-Lutherse existentieel theoloog en filosoof Paul Tillich (1886-1965). Waarschijnlijk is Tillich tegenwoordig niet meer zo bekend als halverwege de twintigste eeuw. Zijn beroemdste werk, <em>Systematische Theologie</em> (1951-1963), een monumentaal antwoord op kritiek vanuit het existentialistisch perspectief van het christendom, was enorm invloedrijk, niet alleen onder theologen, maar ook onder filosofen, psychologen en religiehistorici.<br />
In 1933 was Tillich een van de eersten die de gevolgen van Hitlers machtsovername ondervonden toen hij, samen met andere academici die kritiek hadden op het nationaalsocialisme, op staande voet werd ontslagen uit zijn functie aan de Universiteit van Frankfurt.<br />
Toen de Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr van zijn ontslag hoorde, bood hij Tillich een reddingslijn aan en drong er bij hem op aan Duitsland te verlaten en zich aan te sluiten bij de faculteit van het Union Theological Seminary in New York. Tillich volgde het advies van Niebuhr op. Na zijn tijd in New York doceerde hij aan de Harvard Divinity School en later aan de universiteit van Chicago.<br />
Toch was Tillich allesbehalve de teruggetrokken academicus. Samen met zijn student, de existentieel psycholoog Rollo May – die enkele van Tillichs ideeën in zijn eigen werk opnam – was Tillich een vertrouwde figuur in de beginjaren van het Esalen Institute, de <em>hot tub think tank</em> aan de Big Sur-kust in Californië, waar ook Alan Watts, Fritz Perls en de humanistisch-psycholoog Abraham Maslow gastdocenten waren. Dichter bij huis vonden mensen die zijn preken bijwoonden Tillich een warme, charismatische spreker, met het vermogen van een goede dominee om zijn publiek te bereiken en te raken.</p>
<h3><strong>Bestaan </strong><strong>​​</strong><strong>–</strong><strong> een daad van moed</strong></h3>
<p>Tillich was de auteur van een aantal zeer populaire boeken, geschreven voor niet-academici en gelezen door een breed publiek. En een van die boeken kruiste mijn pad. In <em>The Courage To Be</em> (1952), oorspronkelijk een reeks lezingen gegeven aan de Universiteit van Yale, onderzoekt Tillich het idee dat het bestaan ​​zelf, ons pure bestaan, niet alleen een daad van moed vereist maar op zichzelf ook een daad van moed is. Dit zal sommigen van ons wellicht vreemd in de oren klinken.<br />
Iemand die de tekst letterlijk neemt, zou zelfs kunnen denken dat de titel van het boek onvolledig is. Hij of zij vraagt ​​zich misschien af: ‘De moed om WAT te zijn?’ Maar dit is een misvatting over Tillichs gebruik van het woord ‘zijn’.<br />
We zouden kunnen denken dat er moed voor nodig is om ‘brandweerman te zijn’ of ‘soldaat te zijn’, of, zoals Tillich zei, om kritisch te zijn op het nationaalsocialisme, in een tijd en op een plaats waar dat al snel zou kunnen resulteren in meer dan alleen het verlies van een baan. En we zouden gelijk hebben; al deze dingen zijn vereist moed.<br />
Maar simpelweg ‘zijn’? Waarom zouden we daar moed voor nodig hebben?<br />
Eigenlijk lijkt simpelweg &#8216;zijn&#8217; iets waar we weinig mee van doen hebben. Zolang we leven, zijn we gewoon, of we dat nu willen of niet. We doen er geen moeite voor en lijken er weinig invloed op te hebben. Maar er is ‘zijn’ en ‘<em>het zijn’ zelf.</em></p>
<h3><strong>Waarom besta ik?</strong></h3>
<p>Ik heb al een paar keer het woord &#8216;existentieel&#8217; gebruikt. Samen met de Fransman Gabriel Marcel en de Rus Nicolaj Berdjajev was Tillich wat wij een christelijk existentialist zouden noemen. Existentialisme is een filosofische stroming die zijn wortels heeft in de negentiende eeuw, met figuren als Søren Kierkegaard, Friedrich Nietzsche en Fjodor Dostojevski – hoewel het als &#8216;houding&#8217; ook terug te vinden is bij figuren verder terug in de tijd, zoals Plato en de zeventiende-eeuwse redenaar en religieuze denker Blaise Pascal.<br />
Fundamenteel houdt existentialisme zich bezig met een aantal vrij cruciale  vragen, zoals &#8216;Waarom besta ik?&#8217; en &#8216;Wat word ik verondersteld te doen nu ik besta?&#8217; – oftewel vragen over de zin en het doel van het menselijk leven. Traditioneel werden deze vragen tot de religie gericht, maar in de moderne tijd lijkt de religie ze minder goed te kunnen beantwoorden, althans, dat lijkt voor velen van ons het geval te zijn.<br />
Als specifiek filosofische school ontstond het existentialisme begin jaren dertig, voornamelijk via het werk van Martin Heidegger, wiens gigantische epos <em>Zijn en tijd</em> (1927) – waarvan alleen het eerste deel voltooid was – de &#8216;vraag naar het zijn&#8217; opriep. Heidegger vond dat die vraag sinds Plato was genegeerd.<br />
Maar het populaire beeld van het existentialisme verscheen na de Tweede Wereldoorlog en was uitgesproken Frans van karakter. Jean-Paul Sartre, Albert Camus en in mindere mate Simone de Beauvoir waren de meest besproken figuren, beroemd vanwege hun buitensporige feesten in de uitgaansgelegenheden van Saint-Germain-des-Prés, terwijl ze geïmproviseerde lezingen gaven over het wezen van vrijheid.<br />
Terwijl er voor Heidegger en de christelijke existentialisten een zeker mysterie schuilt in de kern van het zijn – wat een idee van &#8217;transcendentie&#8217; mogelijk maakt – bestaat er voor Sartre en Co geen mysterie, hoewel er veel &#8216;absurds&#8217; is. We bevinden ons in een vreemde, betekenisloze wereld, zonder God of doel en we moeten de last van ons bestaan, onze vrijheid, dragen zonder een beroep te kunnen doen op enige andere autoriteit dan de onze. We zijn, zoals Sartre zegt in zijn antwoord op Heidegger, <em>Zijn en niets</em> (1943), ‘veroordeeld tot vrijheid’. Vrij, dat wil zeggen, in een wereld waarin, althans voor Sartre, die vrijheid in werkelijkheid een soort leegte is die we tevergeefs proberen te vullen.</p>
<h3><strong>De vraag van Hamlet</strong></h3>
<p>Het is tegen dit idee van ‘niets’, of ‘niet-zijn’, dat Tillich de vraag naar de moed om te zijn benadert. Hoe cliché het ook klinkt, toen Hamlet zijn beroemde vraag: ‘Zijn of niet-zijn?’ opwierp, sloeg hij de spijker op z&#8217;n kop.</p>
<p>Er zijn volgens Tillich drie centrale manieren waarop de vraag van Hamlet meer wordt dan een regel uit een toneelstuk. De eerste is de meest voor de hand liggende, het is de vraag waar Hamlet zelf het meest mee bezig is.<br />
Niet-zijn, niets, bedreigt ons in de wetenschap dat we op een gegeven moment zullen sterven. Op dat moment zullen we ophouden te bestaan.<br />
Als we alle ideeën over een hiernamaals even terzijde schuiven, dan maakt de dood een einde aan het leven dat we gekend hebben zoáls we dat gekend hebben. Het is duidelijk dat we dit weten; natuurlijk sterft iedereen. Maar we hebben het niet over ‘iedereen’, wat een abstractie is, of over het feit dat mensen sterven. Jij zult sterven – en ik ook. Heidegger geloofde dat het enige zekere middel om ons te doen ontwaken uit wat hij onze ‘vergetelheid van het bestaan’ noemde, het levendige begrip is van de realiteit van onze dood, een inzicht dat hij deelde met de esoterische leraar Gurdjieff.</p>
<h3><strong>Ons leven – een soort halfwaardetijd?</strong></h3>
<p>De meesten van ons hebben op een gegeven moment de realiteit van onze sterfelijkheid ervaren, maar als cultuur hebben we de neiging dit te vermijden of te verdoezelen en doen we wat we kunnen om de waarheid op afstand te houden. Zoals Tillich zegt, vermijden we de realiteit van het niet-zijn door de realiteit van het zijn te vermijden: om de schok van onze dood te dempen, leven we minder. Niet in de zin van minder doen, minder druk zijn. Maar in de zin van minder openstaan ​​voor het leven, minder bereid zijn het leven volledig en onvoorwaardelijk te omarmen. We spelen op safe.<br />
Dit is wat Heidegger &#8216;onecht&#8217; leven noemde: een soort halfwaardetijd, doen wat iedereen doet, elk besef van wat er werkelijk op het spel staat uitschakelen, ons leven vullen met afleidingen en bezittingen (zoals Gabriel Marcel wist, geven we de voorkeur aan &#8216;hebben&#8217; boven &#8216;zijn&#8217;). Toch kan een crisis, misschien een bijna-doodervaring, ons uit deze &#8216;vergeetachtigheid&#8217; halen, en wordt het leven waar we bang voor zijn intens echt.<br />
Paradoxaal genoeg, als we de moed hebben om de realiteit van het niet-zijn onder ogen te zien, neemt ons zijn toe.</p>
<p>Een tweede manier waarop we de strijd met het niets en de behoefte aan moed om te zijn kunnen voelen, is via wat Tillich schuld noemt. Het gaat niet om het schuldgevoel over een bepaalde daad – hoewel we dat wel degelijk kunnen voelen – maar het gaat om schuldgevoel vanuit het besef dat we onze verantwoordelijkheid jegens onszelf, onze verplichting om volledig te zijn wie we zijn, vermeden hebben. Dit betekent dat we weten dat we genoegen hebben genomen met de tweede plaats, terwijl we, als we moeite gedaan hadden en het risico hadden genomen, meer hadden kunnen bereiken.<br />
Abraham Maslow, die eerder werd genoemd, sprak over wat hij de ‘angst voor succes’ noemde, iets geheel anders dan de ons meer bekende ‘faalangst’. De angst voor succes is de angst die voortkomt uit ons vermoeden wat de maatschappelijke gevolgen zouden zijn van ‘alles zijn wat we kunnen zijn’. Er is de angst om op te vallen, om de afgunst en wrok van onze vrienden op te wekken, om anders te zijn en er is angst voor uitsluiting die dit vaak met zich meebrengt.</p>
<h3><strong>De vlucht voor je eigen grootsheid</strong></h3>
<p>Maslow spreekt over wat hij het Jona-complex noemt, gebaseerd op de Bijbelse figuur Jona, die het hoge lot dat God voor hem in petto had, wilde ontlopen. Jona wilde geen profeet zijn. Hij wilde een normaal, alledaags leven, net als iedereen. Hij deed er alles aan om zijn roeping te ontlopen, maar tevergeefs. De moraal van het verhaal is, vertelt Maslow, dat als je je potentieel niet benut, het zal verzuren, veretteren en een last wordt.<br />
Maslow vertelt over de vraag die hij aan zijn studenten stelde: wie van hen verwachtte uit te blinken in zijn vakgebied. Toen niemand antwoordde, vroeg Maslow: ‘Als jij het niet bent, wie dan wel?’ We verwachten doorgaans dat iemand anders, niet wijzelf, uitzonderlijk is. Volgens Maslow is dit gevaarlijk. ‘Wat je kunt worden,’ zegt hij, ‘moet je worden.’ Het is, zo houdt hij ons voor, een noodzaak van ons bestaan.<br />
Dezelfde boodschap klinkt door in dit citaat uit het gnostische Thomasevangelie, een favoriet van C.G. Jung: ‘Als je naar buiten brengt wat in je is, zal wat in je is je redden. Als je niet naar buiten brengt wat in je is, zal wat in je is je vernietigen.’ We hebben de plicht om, zoals Nietzsche zei, ‘te worden wie we zijn’. Als we dit niet doen, leven we in wat Sartre ‘kwader trouw’ noemde, een praktijk van zelfbedrog. De moed om in het moment te zijn, wordt de moed om te zijn wie je bent.</p>
<h3><strong>De moed tot oervertrouwen</strong></h3>
<p>De derde manier waarop Tillich de moed om te zijn begrijpt, omvat de andere twee. We kunnen de moed hebben om de realiteit van onze dood onder ogen te zien, door ons onvermijdelijke niet-zijn te omarmen. En we kunnen de moed hebben om ons potentieel te actualiseren, om naar voren te brengen wat uniek van ons is en het te bevestigen in een omgeving die er zich niet toe leent. Toch blijft de vraag naar de betekenis hiervan bestaan. Zinloosheid, doelloosheid, de absurde onverschillige wereld van de existentialisten – die in veel opzichten overeenkomt met de huidige wetenschappelijke beoordeling van ons universum – lijkt elke grond te ontkennen die we kunnen winnen door ons onvermijdelijke niet-zijn te omarmen en ons unieke zelf te bevestigen.<br />
Als het bestaan ​​uiteindelijk niets meer is geweest dan een soort kosmische grap – een conclusie waartoe meer dan één briljante geest gekomen is – wat is dan het nut? Om Shakespeare opnieuw te citeren: als het leven werkelijk ‘een verhaal is, verteld door een idioot, vol geluid en woede zonder betekenis’, waarom zouden we dan de moeite nemen om de moed op te brengen om te zijn? Is het dan niet verstandiger om te eten, te drinken en vrolijk te zijn? Want morgen – of misschien wel overmorgen – sterven we toch.</p>
<p>Zeker, velen zijn tot die conclusie gekomen. En de laatste tijd, met de sociale, politieke en ecologische turbulentie die wereldwijd plaatsvindt, wordt de vraag wat dit allemaal te betekenen heeft steeds urgenter, net zoals het besef dat er enige betekenis achter zit steeds moeilijker te vatten lijkt. We zijn, zoals filosoof Leszek Kolakowski het uitdrukte, onderhevig aan ‘het gevoel van een allesomvattende crisis zonder de oorzaken ervan te kunnen identificeren&#8230;’, in de zin van dat wat een oorzaak lijkt, in werkelijkheid een symptoom kan zijn.</p>
<p>De wereld is voor velen van ons op zijn kop gezet en de snelheid van de gebeurtenissen veroorzaakt een soort duizeligheid die we ‘versnelde veranderingsziekte’ zouden kunnen noemen, een soort misselijkheid die wordt veroorzaakt door de toenemende snelheid van ontwikkelingen.<br />
In dit geval lijkt ‘de moed om te zijn mij: ‘moedig te zijn in het geloven in een betekenis waarvan we ons misschien niet direct bewust zijn, erop te vertrouwen dat onze inspanningen niet zinloos zijn en dat het nobeler is om het risico van geloof te accepteren dan het schijnbaar veiliger, minder inspannende pad van wanhoop.’ Dit is het oervertrouwen waar de filosoof Jean Gebser over sprak en waarover ik eerder schreef in een artikel voor Logon [1].</p>
<h3>Bron:</h3>
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1">[1]</a> <a href="https://logon.media/logon_article/primal-trust-or-primal-fea"><em>Primal Trust or Primal Fear</em></a>? in: LOGON, 5 juli 2024</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>De nacht der vervreemding</title>
		<link>https://logon.media/nl/logon_article/de-nacht-der-vervreemding/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ruud]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 06 Nov 2025 12:28:54 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://logon.media/?post_type=logon_article&#038;p=122500</guid>

					<description><![CDATA[Elke zomer, tijdens de vakantie, voelen we ons aangetrokken tot verre oorden. Misschien niet iedereen, maar velen van ons wel. Tijdens studiereizen verdiepen zij zich in vreemde culturen, bezoeken ze het verleden door middel van bezienswaardigheden en proberen ze het heden, dat hun vreemd voorkomt, te begrijpen. Hoe meer we ons daarbij losmaken van onze [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>Elke zomer, tijdens de vakantie, voelen we ons aangetrokken tot verre oorden.</em></p>
<p><span id="more-122500"></span></p>
<p><em>Misschien niet iedereen, maar velen van ons wel. Tijdens studiereizen verdiepen zij zich in vreemde culturen, bezoeken ze het verleden door middel van bezienswaardigheden en proberen ze het heden, dat hun vreemd voorkomt, te begrijpen.</em><br />
<em>Hoe meer we ons daarbij losmaken van onze eigen cultuur, hoe vreemder de groepen mensen en culturen waarin we ons verdiepen, lijken. En toch zijn er, diep in die  culturele symboliek, vaak beelden die hun weerklank vinden in onze ziel.</em><br />
<em>Toen ik vele jaren geleden Israël bezocht, was het gevoel van ‘vervreemding’ veel sterker in de door Arabieren gedomineerde steden en plattelandsgebieden dan in de Joodse. Maar er waren vertrouwde elementen in de Arabische cultuur die me fascineerden.</em></p>
<h3><strong>De mensheid evolueert in tijdperken</strong></h3>
<p>In de antropologie komt men vaak het idee tegen dat het verlangen naar het verre en het vreemde een overblijfsel is uit het begin van de ontwikkeling van de mensheid. Tegenwoordig leeft meer dan 99% van de mensheid sedentair (voornamelijk zittend). Aan het begin van het Neolithicum echter, bijna tienduizend jaar geleden, waren mensen jagers en verzamelaars. De zogenaamde Neolithische Revolutie, die waarschijnlijk ten zuidoosten van de Middellandse Zee ontstond, wordt een revolutie genoemd omdat zij in zeer korte tijd gepaard ging met grote sociaal-culturele veranderingen. Volgens de huidige wetenschappelijke inzichten ontwikkelden zich in deze periode landbouw en veeteelt. Jagers en verzamelaars werden boeren en herders.</p>
<p>Toen al maakten klimaatveranderingen en periodes van droogte aanpassingen van sedentaire mensen noodzakelijk. De aanpassing van vee en gecultiveerde planten, en mogelijk ook migratie, waren waarschijnlijk tienduizend jaar geleden al een middel om met  veranderingen en schommelingen van het klimaat om te gaan. Het laat dus bepaalde overeenkomsten met onze huidige situatie zien.<br />
Ook aan het einde van de Bronstijd leidden hevige klimaatschommelingen, natuurrampen, migratie en oorlogen binnen korte tijd tot de teloorgang van de gevestigde cultuur, waardoor een zekere culturele openheid voor de daaropvolgende IJzertijd ontstond.</p>
<p>Zo volgde het ene tijdperk het andere op, met daarin fases van opgang, bloei en een daaropvolgende neergang, die gekenmerkt wordt door veel chaos, ontbering, oorlog en migratie. Deze culturele tijdperken zijn waarschijnlijk niet altijd eenduidig, maar gaan gepaard met onderstromen. In de meer recente geschiedenis van de mensheid zijn deze kortere onderstromen mogelijk gemakkelijker te identificeren, omdat historische documenten een gedetailleerder onderzoek mogelijk maken, iets wat we missen in de Steentijd en de Bronstijd.</p>
<h3><strong>Migratie: een reactie uit de oudheid </strong></h3>
<p>Migratie lijkt altijd een rol te hebben gespeeld bij grote culturele omwentelingen.<br />
De vraag is of er een oorzaak in de mens zelf ligt die deze impuls in beweging zet. Wetenschappers stellen dat de oorzaak ligt in het feit dat mensen in tijden van nood onbewust hun toevlucht nemen tot reactiepatronen die inherent zijn aan de geschiedenis van de mensheid.<br />
In de begindagen van de menselijke ontwikkeling was de mens als jager-verzamelaar altijd onderweg en daarom zijn er wetenschappers die de drang om ver weg te reizen zien als een impuls uit deze prehistorische ontwikkeling van de mens. Vermoedelijk is migratie dan ook een impuls die dezelfde oorzaak heeft. Tenminste, dat suggereert genetisch onderzoek, dat genen vindt in de genenpool van individuele mensen die typerend zijn voor groepen mensen die vaak duizenden kilometers van elkaar verwijderd leven.<br />
Er is dus een afstammingsgeschiedenis of fylogenetische oorzaak, die mensen ertoe aanzet om naar het buitenland te trekken, om zich te wenden tot een plek waar ze zich aanvankelijk als vreemden moeten voelen.</p>
<h3><strong>Vervreemding als spiegel van het innerlijke zelf</strong></h3>
<p>Mensen die dergelijke reizen ondernemen, voelen zich meestal niet meer thuis in hun geadopteerde vaderland. Velen keren op hoge leeftijd terug naar de plek waar ze geboren zijn, om daar te sterven. Misschien zijn ze naar het buitenland gegaan om te zoeken naar wat ze niet konden vinden, doordat ze te veel buiten zichzelf zochten naar wat daar niet te vinden was.<br />
Dit doet het idee vermoeden dat deze vervreemding ook een ontologische oorzaak heeft, een oorzaak die fundamenteel geworteld is in de mens.</p>
<p>Is er misschien een impuls in de mens zelf die hem of haar het gevoel geeft een vreemdeling te zijn in het eigen leven? Er zijn tegenwoordig veel mensen met autisme of ADHD die zich buitenaards voelen in deze wereld. Ze worden geboren in een wereld die ze van kind af aan al niet begrijpen. Ze hebben vaak bijzondere gaven en gaandeweg leren ze zich aan te passen. Maar in hun innerlijk blijven ze vervreemd. Sommigen houden hun hele leven dat gevoel een vreemdeling te zijn; ze passen zich aan en worden zo onopvallend. Anderen beginnen te zoeken naar de oorzaak. Ze zoeken naar een spiritueel pad dat ze kunnen volgen.</p>
<h3><strong>Het mysterieuze pad leidt naar binnen </strong></h3>
<p>Tot nu toe hebben we enkele wetenschappelijke factoren besproken. We zien vele reactiepatronen en culturele ontwikkelingen in de menselijke geschiedenis die uitingen van vervreemding kunnen zijn. Deze inzichten zijn de vruchten van de moderne tijd, waarin rationalisatie, individualisering en materialisatie tot een hoogtepunt gekomen zijn.<br />
Aan het begin van de vorige eeuw spreekt de religieuze filosoof Nikolai Berdjajev zelfs van een eindpunt. Er klinkt door zijn beschouwing heen nog iets anders, iets mysterieus, dat in de moderne, door de wetenschap beïnvloede wereld nog maar zwak resoneert. Het is een rustige en zachte toon die zou kunnen worden uitgedrukt met de woorden van Novalis: ‘En het mysterieuze pad leidt naar binnen.’<br />
Daar, diep van binnen is er stilte, reflectie, daar lost de egostructuur die in de moderne tijd ontstond langzaam op en ontstaat iets nieuws, iets met meer vrijheid en liefde. Daar, in die stilte, wordt onopvallend een andere mens geconcipieerd, en die neemt de hele ontwikkeling waar vanuit een minder wetenschappelijk standpunt, waarvan de waarheid echter gelijk is aan het wetenschappelijke.</p>
<h3><strong>Donkere en lichte tijdperken</strong></h3>
<p>In zijn boek <em>De nieuwe Middeleeuwen</em> uit 1924 beschrijft Berdjajev hoe de cycli van de beschaving elkaar als golven opvolgen. Alles heeft een begin, ontwikkelt zich tot een climax en lost dan weer op. Er zijn cycli van lichte en donkere tijdperken die elkaar afwisselen. Elke dag wordt gevolgd door een nacht en daarna is er weer een dag. Achteraf bezien worden de middeleeuwen vaak beschreven als een donker tijdperk dat gevolgd werd door een periode met toenemend licht: de renaissance en de moderne tijd.</p>
<p>Deze cycli hebben iets ambivalents want de middeleeuwen, die Berdjajev classificeert als een nachtelijk tijdperk, bezitten tegelijkertijd iets spiritueels, een verhulde heiligheid  en verborgen diepgang. Het is een tijd van bijzondere duisternis op cultureel niveau, maar misschien juist daardoor konden mensen diepgaande ervaringen in hun eigen wezen opdoen. De culturele duisternis brengt hen in nauwer contact met hun wezenlijke oerbron, waardoor geheel nieuwe ideeën, gedachten en perspectieven kunnen ontstaan. Onzichtbare krachten verenigen zich tot een nieuw patroon, dat vervolgens bij het aanbreken van een nieuwe dag de basis vormt voor ontwikkeling.<br />
Het is het fundament voor een nieuw cultureel tijdperk, dat mensen tegelijkertijd wegtrekt van de oerbron en hun spirituele energieën richt op  materiële ontwikkeling.</p>
<h3><strong>We zijn de nacht ingegaan</strong></h3>
<p>Berdjajev merkt op dat we aan het begin van de twintigste eeuw de nacht zijn ingegaan.<br />
Het nieuwe duistere tijdperk dat nu aanbreekt, is als nieuwe middeleeuwen.<br />
De krachten van de moderne tijd, de bijbehorende visies, zijn uitgeput en veel mensen voelen dat er iets nieuws moet komen.<br />
Aan de ene kant treden gnostische perspectieven heel openlijk op veel culturele gebieden naar voren; aan de andere kant zijn mensen nog nooit zo individualistisch, egocentrisch en oppervlakkig geweest.<br />
Deze ambivalente stromingen leiden ertoe dat veel mensen zich vervreemd voelen van de wereld. Ze keren zich naar binnen om de mysterieuze diepten die in hen verborgen liggen, te ontdekken. Tegelijkertijd zijn we er echter ook getuige van hoe deze bijzondere tijdgeest de samenleving verdeelt en radicaliseert. Het is een tijd van grote armoede aan de ene kant en uitbundige feesten aan de andere kant.</p>
<p>Tegelijkertijd met Berdjajev zagen de gebroeders Leene deze ontwikkeling ook aankomen. Berdjajev stichtte een religieus-filosofische academie nabij Parijs, en de gebroeders Leene stichtten de Geestesschool van het Gouden Rozenkruis, om een ​​groep in gnosticisme geïnteresseerden te vormen die zich op deze ontwikkeling zouden voorbereiden. Beide waren mogelijkheden om de kennis van de oerbron, waarin al het leven verankerd is, sterker in het bewustzijn van de mensheid te doen herleven.</p>
<h3><strong>Van ik naar wij</strong></h3>
<p>Het toegenomen bewustzijn van de oerbron leidt ertoe dat mensen steeds meer vervreemd raken van hun culturele omgeving. Zulke tijden versterken een gevoel van verbijstering en onzekerheid. Veel mensen worden al geboren met een gevoel van vreemdeling zijn. Voor hen begint een pijnlijk proces dat de spirituele en mentale dimensies van hun bestaan ​​losmaakt van de materie. Hoe dieper iemand verstrikt raakt in de materie, hoe pijnlijker het proces van onthechting. Tegelijkertijd vindt er na een nieuwe dageraad een tijdelijke heroriëntatie plaats.<br />
De toegenomen belangstelling voor inheemse levenswijzen lijkt erop te wijzen dat mensen, na de intense mentale individualisering die aan het einde van de moderne tijd zijn hoogtepunt bereikte, nu steeds meer streven naar de kracht van het hart. Het hart stimuleert het verlangen naar eenheid, naar verbondenheid met een gemeenschap.</p>
<p>Voor Berdjajev was deze zielsstructuur een essentieel element van de mensen in de middeleeuwen. Wanneer hij spreekt over de nieuwe middeleeuwen, bedoelt hij niet dat men streeft naar een terugkeer naar het verleden. Net zoals aan het begin van de middeleeuwen de classicistische eeuwigheidswaarden werden bevorderd door een herwaardering van Griekse filosofen, reageert de hedendaagse mens, net als in de middeleeuwen, op de sterker wordende binding met zijn fundamentele natuur.</p>
<p>Als mensheid zijn we opnieuw de nacht ingegaan. Culturele structuren, de mensheid zelf en onze planeet veranderen in hoog tempo. De toenemende kracht vanuit de oerbron zorgt ervoor dat veel mensen vervreemd reageren. Deze innerlijke kracht verdeelt de mensheid in twee groepen. De ‘aliens’, die zich als vreemden voelen, krijgen de kans om hun eenheid te herontdekken. De andere groep bereidt zich voor op de aankomende dag van een nieuw cultureel tijdperk.</p>
<h3>Bron:</h3>
<p>Nicolai Berdjajev, <em>Das neue Mittelalter</em>, Otto Reichel Verlag, Tübingen 1927</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Blijmoedigheid in sombere tijden</title>
		<link>https://logon.media/nl/logon_article/blijmoedigheid-in-sombere-tijden/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ruud]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 24 Jul 2025 06:00:29 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://logon.media/?post_type=logon_article&#038;p=119788</guid>

					<description><![CDATA[Iets schrijven over blijmoedigheid schijnt moeilijk te zijn in een tijd waarvan gezegd wordt: ‘We leven in sombere tijden.’ Onmiddellijk dringt zich de vraag aan ons op: was het ooit anders? Blijmoedigheid – een noodzakelijke levenshouding? Hoe somber we de tijd waarin we leven ervaren, is subjectief en sterk afhankelijk van de levensomstandigheden op dat [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>Iets schrijven over blijmoedigheid schijnt moeilijk te zijn in een tijd waarvan gezegd wordt: ‘We leven in sombere tijden.’ Onmiddellijk dringt zich de vraag aan ons op: was het ooit anders?</em><span id="more-119788"></span></p>
<h3><strong>Blijmoedigheid – een noodzakelijke levenshouding? </strong></h3>
<p>Hoe somber we de tijd waarin we leven ervaren, is subjectief en sterk afhankelijk van de levensomstandigheden op dat moment. En de ervaring hangt nauw samen met de vraag of we zin kunnen ontdekken in datgene wat we doen. Over het algemeen gesproken bestaat er een zekere kloof in de menselijke gemeenschap, die goed kan worden geïllustreerd middels een klein verslag van een Noord-Duits radiostation:</p>
<p>Een politicus uit de Noord-Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein beschrijft de stemming in de Deense en Duitse media in zijn thuisland. In Sleeswijk-Holstein leven de Denen en Duitsers op een historisch gegronde manier samen, aangezien delen van deze staat in het verleden afwisselend Deens en Duits burgerschap hebben gekend. Er is in dat gebied nog steeds een Deense minderheid, die haar culturele onafhankelijkheid koestert en ook in de politiek op staatsniveau vertegenwoordigd wordt door eigen politici.</p>
<p>In dit verslag laat de politicus zien dat de Deense media een veel positiever en oplossingsgerichter wereldbeeld tonen dan de Duitse media, waar de kijk op problemen en de angst een grotere rol spelen. In deze context is het interessant om op te merken dat Denemarken in de rij van gelukkigste landen ter wereld in het World Happiness Report de tweede plaats inneemt, na Finland, terwijl Duitsland op de zestiende plaats staat. Dit rapport benoemt veel factoren, die de auteurs probeerden te verklaren. Het toont aan hoe veelzijdig, hoe complex het onderwerp geluk is. Nu is geluk niet hetzelfde als blijmoedigheid, maar het is heel goed mogelijk dat een gelukkige gemeenschap veel meer blijmoedige mensen bevat.</p>
<p>De vraag of het ooit anders was, speelt met de indruk die tijdperken bij volgende generaties achterlaten. Zo worden de middeleeuwen tegenwoordig meer als donker en melancholisch ervaren, terwijl het daaropvolgende tijdperk van de renaissance de indruk van een klare, alles openbrekende stemming heeft achtergelaten. Of wij derhalve in een verlichtend of een grimmig tijdperk leven, zal waarschijnlijk pas door volgende generaties worden vastgesteld.</p>
<h3><strong>Blijmoedigheid – Een diamant met veel facetten</strong></h3>
<p>Blijmoedigheid heeft als onderwerp van de filosofie de mensheid al eeuwenlang beziggehouden. In veel culturen zijn er belangrijke filosofen die hun gedachten over dit onderwerp hebben uitgesproken of opgeschreven. Hierbij komen duidelijk grote cultuurverschillen in de beschouwing naar voren. De tijdgeest speelt hierin eveneens een grote rol.</p>
<p>Blijmoedigheid als een uitdrukking van ongeremde, kinderlijke vreugde in het leven kan zich in de loop van het leven ontwikkelen tot een tamelijk oppervlakkige emotie. Die krijgt dan hedonistische trekken, wat zich uit in een op genotzucht gerichte bevrediging van de zintuigen. Vooral na oorlogen willen mensen vaak van het leven genieten en problemen en vragen over de zin van het bestaan liever naar de achtergrond dringen. We leven in een tijd waarin de vrijetijds- en entertainmentindustrie grote culturele tempels bouwt, waarin mensen, afgeleid van diepere zingevingsvragen, hun zintuigen naar hartenlust kunnen bevredigen. Het hart raakt gehecht aan de uiterlijke zintuigen en wordt heen en weer geslingerd tussen de oppervlakkigste en de diepste emotie, en alles kan worden bekeken vanuit een nogal sombere of juist opgewekte stemming.</p>
<p>Om meer aandacht te schenken aan de dimensie van diepte, volgde de Griekse filosoof Epicurus een speciale strategie. Hij probeerde in zijn leven de zintuigen zodanig te bevredigen dat ze geen spanning in de ziel konden veroorzaken. Naar zijn idee ontstaat er dan evenwicht in de ziel, met als gevolg <em>ataraxie</em>, een gelijkmoedige grondstemming.</p>
<p>Terwijl volgens Epicurus gelijkmoedigheid ontstaat ten gevolge van zielerust, zijn er ook filosofische stromingen die uitgaan van belevingen op basis van veranderde waarneming. Een bijzondere rol speelt daarbij het opwekken van een toestand van roes en extase, die volgens sommige filosofen moet leiden tot blijmoedigheid in een verruimd bewustzijn.</p>
<p>Onder sommige inheemse volkeren kent het gebruik van het vermogen om in extase te geraken door middel van hallucinogene drugs of dansrituelen een lange traditie. Tegenwoordig maakt het ook deel uit van het moderne leven. In tegenstelling tot de traditionele gebruikswijze, vindt er in de moderne samenleving echter geen uitleg plaats over hoe zinvol om te gaan met ervaringen en het verwerken daarvan. Modern gebruik vindt plaats in de context van een maatschappij waarin plezier de boventoon voert en het gebruik ter afleiding dient en dus een groot afhankelijkheidspotentieel in zich besloten houdt.</p>
<p>Tot deze groep behoren ook die mensen die met behulp van euforie scheppende bedwelmende middelen proberen te ontsnappen aan een wereld die voor hen vaak somber en deprimerend is.<br />
Ze gebruiken de drugs niet om dieper door te dringen in de verborgen lagen van perceptie van de mens, maar als middel om te vluchten. De chemisch opgewekte blijmoedigheid – als die zich voordoet – blijft dan meestal beperkt tot de werkzame tijd van de drugs en eindigt in een nogal depressieve stemming, als het effect van het middel uitgewerkt is en verder achterwege blijft.</p>
<p>Zoals medicijnmannen vroeger in Zuid-Amerikaanse inheemse gemeenschappen werkten met hallucinogene drugs, zo was het op het Noord-Amerikaanse continent traditie om met behulp van verbeeldingskracht veranderde realiteiten op te roepen. Beide tradities worden in een oppervlakkige vorm voortgezet, binnen de context van moderne vrijetijdsbesteding, door alcohol- en drugsgebruik of door het beoefenen van extreme sporten of een soortgelijk aanbod.</p>
<h3><strong>Blijmoedigheid bij de Griekse filosofen </strong></h3>
<p>Bij de Griekse filosofen werd aan blijmoedigheid een geheel andere waarde toegekend. Wat Plato betreft was lachen als een uiting van blijmoedigheid in zijn ideale staat verboden, daar het als een teken van verwijfdheid en gebrek aan wijsheid gezien werd. Socrates hield van blijmoedigheid als middel tot zelfkennis. Aristoteles, leerling van Plato, zag in blijmoedigheid iets dat de mens van het dier onderscheidt. Epicurus, die blijmoedigheid beschouwde als het gevolg van een geslaagde en gematigde bevrediging van sensueel genot, achtte het bereiken van ‘de onverstoorbare kalmte der zee’ een aanbevelenswaardig levensdoel. Hij was geen voorstander van de extatische bevrediging van het zinnelijk genot, maar alleen voor het streven naar genot dat de zintuigen in evenwicht brengt en daardoor tot rust.</p>
<p>Het beeld van ‘de serene kalmte der zee’ heeft iets mystieks en raakt de dimensie van diepte. De zee wordt vaak gebruikt als symbool van de ziel en haar dynamiek. Zij heeft een bewogen oppervlak, verbonden met een stille diepte. Aan de oppervlakte breekt het licht, terwijl de stilte zich verliest in de diepte, in het donker, waar alles leeft. De zee heeft, net als de ziel, een dimensie van diepte, die als een tweede natuur voor de mens is. In deze meer geestelijke dimensie ontwikkelt zich een samenspel van krachten, die in de christelijke terminologie wordt aangeduid als de triniteit Vader, Zoon en Heilige Geest. Het zielsvermogen van alle levende wezens kan worden beschouwd als de dynamiek van deze krachten. Hun samenspel kan worden weergegeven door middel van een driehoek:</p>
<p>De eerste zijde van de driehoek komt overeen met de goddelijke kracht, hoe deze zich bij mensen in het religieuze weerkaatst. Het is de normatieve kracht van het leven. Zoals het water aan de oppervlakte door middel van golven vormen voortbrengt, zo werkt de normatieve kracht vormgevend door de ziel heen.</p>
<p>De tweede zijde van de driehoek is een subjectieve, empathische, onvoorwaardelijke liefdekracht, die zich manifesteert als de Zoon. Het is die subjectieve, empathische kracht, die met haar bewogenheid en bezieling leven de naar kristallisatie neigende vormen tot leven wekt. Deze kracht verleent de ziel het toegewijde vermogen tot meebewegen met elke huidige en nieuwe vormgevende verandering, om zo de goddelijke gedachte in staat te stellen een zichtbare vorm te ontwikkelen.<br />
<strong><br />
</strong>De derde zijde van de driehoek is de scheppende kracht van de Heilige Geest, die uit het samenspel van de beide andere krachten in telkens nieuwe verhalen de gedachten van God zichtbaar maakt. Hier vloeien de oorspronkelijke goddelijke impulsen samen tot een continue ontwikkeling.</p>
<p>Als deze drie krachten een harmonieuze eenheid vormen, dan ontwikkelt hun werkzame kracht zich als in een gelijkzijdige driehoek, waarin het aanrakingspunt van twee krachten altijd ‘loodrecht’ op de tegenoverliggende zijde inwerkt. Dit symbool beschrijft de toestand van een ziel die in een stabiele blijmoedige stemming verkeert of in ataraxie leeft, zoals Epicurus het noemt.</p>
<h3><strong>Het evenwicht van de ziel </strong></h3>
<p>De harmonieuze eenheid en het noodzakelijke evenwicht komen niet vanzelf. Dit geldt vooral in tijden zoals we die nu meemaken. Als de tijdgeest onrustig is, zijn mensen onzeker en angstig. Weinigen bevinden zich in een toestand van stabiel evenwicht. Maar allen bezitten innerlijk – min of meer bewust – de dimensie van diepte die hun stabiliteit kan geven. Slechts weinig mensen zijn verankerd in die onbewogen diepte, die zich verliest in het donker en hen veilig door de grimmige tijden heen zal leiden.<br />
<strong><br />
</strong>Als we de driehoek opnieuw bekijken, is er een middelpunt dat wordt gevormd wanneer je het midden van elke zijde verbindt met de tegenoverliggende hoek. Dit punt is bijzonder, omdat het de plek symboliseert waar alle krachten perfect met elkaar in balans zijn. Voor Epicurus was deze balans het doel van alle leven. De gemoedsrust die in dit punt verborgen ligt, maakt een bewuste ontwikkeling in de dimensie van diepte mogelijk en is tegelijkertijd het gevolg van een dergelijke ontwikkeling. Misschien had Aristoteles dit vermogen in gedachten als iets specifiek menselijks. Het aanzicht ervan is een serene gelatenheid, die ruimte biedt aan een bewuste levensstijl. Als de mens in staat is de wetten, het normatieve of de starheid die een bepaalde vormgeving mogelijk maakt in overeenstemming te brengen met het empathische en creatieve potentieel, dan ontwikkelt zich bij alle activiteiten de ‘serene kalmte der zee’, zoals Epicurus het noemt, of de specifiek menselijke blijmoedige gelatenheid van Aristoteles.</p>
<h3><strong>De Griekse sereniteit en Tao </strong></h3>
<p>De serene kalmte is gebaseerd op een lange levenservaring op de grens van buitensporigheid en de afgrond, die de mens bewust maken van de diepte van zijn wezen. Als deze diepte het fundament van het leven wordt, dan verliest de afgrond zijn existentiële dreiging, omdat alles wat er gebeurt slechts is als de rimpeling van de zee aan de oppervlakte, terwijl de diepte als onbewogen en stil ervaren wordt.<br />
<strong><br />
</strong>De bewust geworden diepte leidt de mens naar een wijze van autonoom denken en handelen die de driehoek het evenwicht verleent dat de oorspronkelijke mens tot leven wekt. De Chinese wijsheid noemt deze scheppende oerkracht Tao. Iedere mens die in Tao staat, ontwikkelt dezelfde bewuste serene kalmte die de oorspronkelijke mens – als een geest-zielewezen – weer levend worden laat.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Opnieuw de golem</title>
		<link>https://logon.media/nl/logon_article/opnieuw-de-golem/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ruud]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 27 May 2025 08:59:33 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://logon.media/?post_type=logon_article&#038;p=118050</guid>

					<description><![CDATA[Het is duidelijk dat de golemrevolutie een enorme schok in het maatschappelijke leven gaat veroorzaken. Van tijd tot tijd keer ik terug naar het thema van de ‘golem’. Dit keer werden m’n gedachten bij dit oeroude thema bepaald door het zien van een afbeelding van het aantal satellieten dat rond de aarde draait. Dat zijn [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>Het is duidelijk dat de golemrevolutie een enorme schok in het maatschappelijke leven gaat veroorzaken.</em></p>
<p><span id="more-118050"></span></p>
<p>Van tijd tot tijd keer ik terug naar het thema van de ‘<a href="https://logon.media/nl/logon_article/de-golem-deel-1-het-verleden/">golem</a>’. Dit keer werden m’n gedachten bij dit oeroude thema bepaald door het zien van een afbeelding van het aantal satellieten dat rond de aarde draait. Dat zijn er op dit moment meer dan elfduizend, althans, dat zijn de actieve. Tel daarbij op al het <a href="https://www.youtube.com/watch?v=6zoQmV3PGNc">ruimteafval</a> van menselijke makelij, dan is het duidelijk dat we onze eigen hemelboog hebben geschapen.</p>
<p>Een waarachtig onheilspellend beeld, maar wat heeft het te maken met de golem?</p>
<p>Een golem is een schepsel dat geboetseerd is uit dood materiaal zoals klei of modder, naar de vorm van een menselijk lichaam. Volgens sommige Joodse legendes kon een golem tot leven worden gewekt door het magische gebruik van een <em>shem</em>. Een shem is een van de namen van God, weergegeven in letters van het Hebreeuwse alfabet. Tijdens het inblazen van de levensadem werd de shem op een stukje papier geschreven en in de mond of in het voorhoofd van de golem ingebracht. Ook zijn er verhalen waarin golems tot leven werden gebracht door het woord ‘waarheid’ op hun voorhoofd aan te brengen. De levensadem kon de golem weer ontnomen worden door de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet, de <em>alef</em> (א), te verwijderen uit de inscriptie op het voorhoofd waardoor deze veranderde van ‘waarheid’ (אמת) in ‘dood’ (מת).</p>
<h3>Scheppingsproces</h3>
<p>Het thema van de golem is volkomen verweven met de schepping en het scheppingsproces. Waarom scheppen wij iets? Waarom drukken wij iets van onze ziel uit in de materie? Het is een bekend feit dat het universum werkt als een spiegel. Wij zien wat we zijn. Wij scheppen ook wat wij zijn. Ik denk dat het doel daarvan is om meer duidelijkheid over onszelf te verwerven: om tot zelfkennis en verdiepte ontwikkeling te komen. Veel schrijvers zullen bijvoorbeeld de ervaring kennen dat ze, nadat ze iets geschreven hadden, tot dieper begrip van hun onderwerp kwamen. Ze hadden een stukje van zichzelf herschapen in de materie.</p>
<p>Alleen de vraag is, wat is dat zelf wat wij ‘onszelf’ noemen? Wie zijn wij? Of, wat zijn wij geworden?</p>
<p>Het beeld van de satellieten rond de aarde wijst terug naar onszelf. Ons ademveld, onze aura, is gevuld met kunstmatige objecten, de astrale resultaten van onze scheppingsdrang. Deze aurische vervuiling verstoort, zowel bij ons als bij de aarde, de natuurlijke werkingen en het evenwicht in de natuur.</p>
<p>Ja, maar wij kunnen toch niet anders, wij moeten ons toch ontwikkelen door onze scheppingen? Komt dit artikel niet tot ons via het internet en de satellieten?</p>
<p>J. van Rijckenborgh schrijft:</p>
<blockquote><p><em>De elektromagnetische transformaties, door de mensheid teweeggebracht, brengen zo het dialectische levensveld in disharmonie. Deze disharmonie bewijst zich onophoudelijk </em>–<em> zoals u weet </em>–<em> en dat beduidt derhalve een verzwaring van het dialectische leven. </em><a href="#_ftn1" name="_ftnref1"><sup>[1]</sup></a></p></blockquote>
<p>Zijn de dingen dan zo onontkoombaar? Komen we altijd van de regen in de drup?</p>
<p>Onze vooruitgang heeft een prijs, die we bijvoorbeeld betalen met onze gezondheid. De ik-mens, de mens met een ik-centraal bewustzijn, is altijd op weg naar de afgrond. Hij weet dat zelf niet. Hij weet niet dat hij, net zoals de golem, het woord ‘dood’ op zijn voorhoofd draagt. Hij is niet levend in de geestelijke zin van het woord. Ik-bewustzijn is robotbewustzijn, hoe vreemd dat ook moge klinken in onze oren. De ik-mens leeft in de illusie dat hij een waarlijk levend geestelijk bewustzijn bezit.</p>
<p>Hoe waken wij dan op uit deze droom? Door onze scheppingsdrang en de resultaten daarvan. Het universum houdt ons een spiegel voor. In onze dagen zijn de golems heel actueel geworden. Ze zijn niet meer van klei, technisch zeer geavanceerd en binnenkort niet meer van mensen te onderscheiden.</p>
<p>Veel van onze werkzaamheden kunnen ze inmiddels uitvoeren, over het algemeen beter en sneller. Wat zegt dat over ons bewustzijn? Wanneer op een gegeven moment de golems alles kunnen wat wij kunnen, is dan niet bewezen dat ik-bewustzijn robotbewustzijn is?</p>
<h3>Revolutie</h3>
<p>Er zijn mensen die robots fabriceren en (vooralsnog) dirigeren. Sommige mensen vinden dat geweldig en verwachten daar veel van. De vermogens van de robots zijn inderdaad indrukwekkend te noemen. Maar zoals altijd heeft elke ontwikkeling twee kanten. Aan de negatieve zijde zien we mensen die angstig en onrustig worden van deze ontwikkeling. Die angstgevoelens roepen vragen op: Wat is mijn plaats? Word ik overbodig en aan de kant gezet? Hoe kan ik staande blijven en overleven? Het is duidelijk dat de golemrevolutie een enorme schok in het maatschappelijke leven gaat veroorzaken.</p>
<p>Zetten we weer een stap in de richting van de afgrond?</p>
<p>Het voordeel daarvan is dat de afgrond, die altijd zo verborgen is geweest, zichtbaar begint te worden. Het mes dat we zelf op onze keel hebben gezet, begint voelbaar te worden.</p>
<p>Dat is een geschikt moment voor een geestelijke revolutie! Nu zullen we moeten bewijzen dat we meer zijn dan golems. Zeker, de mens heeft een robotachtige persoonlijkheid, maar er is meer, veel meer!</p>
<h3>Geestelijke afkomst</h3>
<p>Het probleem is dat de ik-mens geen bewustzijn heeft van het geestelijke huis dat hij bewoont, van de microkosmos die hem omringt. Veruit het grootste deel van ons levenssysteem is duister en onbekend voor ons. Het deel dat wij kennen is het golem-achtige deel, gekneed uit klei en niet waarlijk levend. Dit robotachtige deel kan worden getransformeerd en opgenomen in het geheel, mits het zich maar voegt naar zijn microkosmische systeem.</p>
<p>Om het transformatieproces in gang te zetten, dienen wij drie vragen op te lossen. Waar kom ik vandaan? Wie ben ik? Waar ga ik heen?</p>
<p>De mystieke en gesluierde verhalen over golems hebben een diepere betekenis en kunnen ons helpen met de eerste twee vragen. Wanneer een golem het woord ‘dood’ op zijn voorhoofd draagt, is hij levenloos, gedeactiveerd. Om de robot leven in te blazen wordt de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet, de alef, toegevoegd aan het woord ‘dood’, waardoor dit wordt omgezet in ‘waarheid’. De alef wijst op de eenheid tussen het ongeschapene en het geschapene. Het is de eenheid van God. Het is het Ene dat ten grondslag ligt aan de schepping van onze microkosmos, onze geestelijke afkomst. Iedereen die zijn oorsprong vergeten is, is dood in geestelijke zin. De dreigende afgrond wekt echter verborgen krachten in ons. Het scherp van het mes dringt in onze keel. Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Onze wanhoop richt ons op de wezenlijke dingen. Wat is waarheid?</p>
<h3>Naam van God</h3>
<p>We gaan zoeken. We graven in boeken, we graven in onszelf. De sluiers die ons innerlijke weten verstikken lossen langzaam op; er valt licht op onze ware aard. Ons geestelijke centrum, ons ware Zelf ontwaakt uit zijn doodsslaap. We herinneren ons onze geestelijke afkomt. We voegen de eerste letter, de alef, toe aan het zegel op ons voorhoofd, het zegt: waarheid!</p>
<p>Nu gaan we verder met de vraag ‘Wie ben ik’? Om deze vraag te beantwoorden, moeten we ook de andere letters van de schepping in onszelf neerschrijven. Nu moeten we de letters van de naam van God in onszelf opnemen. Het heeft weinig te maken met het opschrijven van letters of het spreken van mantra’s. De ware betekenis gaat veel dieper, het gaat over de herschepping, de transformatie van ons wezen.</p>
<p>J. van Rijckenborgh komt ons te hulp:</p>
<blockquote><p><em>De elektromagnetische straling, de fundamentele kracht, kunnen wij mystiek aanduiden als de goddelijke adem, als het goddelijke Woord, want de adem Gods gaat in een bepaald ritme, met een bepaalde vibratie, over ons. Er is dus een bedoeling in verscholen. Er wordt tot ons letterlijk een heilig woord gesproken. Dit woord wordt in de Universele Leer genoemd: de mysterieuze naam van God, bestaande uit zes of zeven letters. Het is een aanduiding van de heilige Zevenkracht. De zeven gnostieke krachten door welke de heiligmaking van de tot God terugkerende mens werkelijkheid kan worden; de naam Gods is de gnosis zelf, het is God zelf. </em><a href="#_ftn2" name="_ftnref2"><sup>[2]</sup></a></p></blockquote>
<p>Nu kunnen we begrijpen waarom de oude legendes zeggen dat een golem tot leven kon worden gewekt door een extatische ervaring, waarbij de naam van God werd ingevoerd in zijn wezen. Na de waarheid worden ook de overige letters van Gods naam, de andere stralen van de Zevengeest, op ons voorhoofd gegraveerd. Dan is het teken van het beest uit de afgrond verdwenen en dragen we het zegel van de zonen en dochters van God.</p>
<h3>IK BEN</h3>
<p>Nu kunnen we de vraag ‘Wie ben ik?’ beantwoorden. Wanneer de zeven stralen van de geest de zevenvoudige microkosmos weer belevendigen en voeden, komt de ware mens weer tot leven: het is de ‘IK BEN’. Op dat moment herwinnen we onze ware naam. Het is de naam die God ons ooit gegeven had, maar die we waren vergeten.</p>
<blockquote><p><em>Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt. </em><a href="#_ftn3" name="_ftnref3"><sup>[3]</sup></a></p></blockquote>
<p>De verhouding tussen de golem of robotmens, de geestmens en God, zouden we als volgt kunnen weergeven: ‘ik ben’ (de robotmens), ‘IK BEN’ (de geestmens) en ‘IK BEN DIE IK BEN’ (God).</p>
<p>Toen God aan Mozes de opdracht gaf om het Joodse volk weg te voeren uit het slavenbestaan in Egypte, vroeg Mozes God naar zijn naam. Hij wilde weten uit welke naam hij zulk een vervaarlijke opdracht zou kunnen rechtvaardigen.</p>
<p>God antwoordde: ‘IK BEN DIE IK BEN’.<a href="#_ftn4" name="_ftnref4"><sup>[4]</sup></a></p>
<p>We kunnen dit op de volgende wijze begrijpen. God zegt: ‘Ik ben de Eeuwige, de Zijnde, de altijd aanwezige (IK BEN), en buiten mij is niets (DIE IK BEN). Ik ben het ongeschapene en het geschapene, de drie en de zeven die een zijn.’</p>
<p>De mens als natuurlijk wezen is een tijdelijke verschijning. Hij is gekneed uit ‘klei’, dat wil zeggen: een tijdruimtelijke schepping. Toch zijn wij als ‘ik ben’, als vergankelijk wezen, verbonden met de ‘IK BEN’ in ons, de slapende geestmens. God zegt dat hij een nieuwe naam zal geven aan degene die overwint. Dat overwinnen betekent: ons ‘ik’, het sterfelijke, afgescheiden en gefragmenteerde ik-bewustzijn, aan de kant zetten, ruimte maken voor de ‘IK BEN’ in ons.</p>
<p>Slagen we daarin en staat de ‘IK BEN’ op uit zijn doodsslaap, dan zijn we ook weer bewust verbonden met het ENE, dat zichzelf IK BEN DIE IK BEN noemt.</p>
<p>Dan is ook de laatste van de drie vragen beantwoord: Waar gaan wij heen? Wij gaan naar huis. Wij zijn thuis gekomen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<h3>Bronnen:</h3>
<p><a href="#_ftnref1" name="_ftn1"><sup>[1]</sup></a> <a href="https://www.pentagramboekwinkel.com/nl/boeken/9789067320627/gnostieke-mysterien-pistis-sophia-j-van-rijckenborgh"><em>De gnostieke mysteriën van de Pistis Sophia</em></a>, hoofdstuk ‘De schepping van de dertiende eoon’</p>
<p><a href="#_ftnref2" name="_ftn2"><sup>[2]</sup></a> <a href="https://www.pentagramboekwinkel.com/nl/boeken/9789070053086/de-gnosis-in-actuele-openbaring"><em>De gnosis in actuele openbaring</em></a>, hoofdstuk ‘De uitstorting van de Heilige Geest’</p>
<p><a href="#_ftnref3" name="_ftn3"><sup>[3]</sup></a> Openbaring 2:17</p>
<p><a href="#_ftnref4" name="_ftn4"><sup>[4]</sup></a> Exodus 3:14</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>De fossiele hartenklop</title>
		<link>https://logon.media/nl/logon_article/de-fossiele-hartenklop/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ruud]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 16 Sep 2024 09:14:33 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://logon.media/?post_type=logon_article&#038;p=112080</guid>

					<description><![CDATA[Ik ben geboren toen ik drieëntwintig dagen oud was. In de ononderbroken opeenvolging van natuurlijke verschijnselen waren complementaire paarcellen, door zich te verenigen, een proces van vermenigvuldiging door celdeling begonnen, dat leidde tot de vorming van een zygote. Tot dan hebben we te maken met een volkomen normale, waarneembare en reproduceerbare toestand. En toen, op [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>Ik ben geboren toen ik drieëntwintig dagen oud was. In de ononderbroken opeenvolging van natuurlijke verschijnselen waren complementaire paarcellen, door zich te verenigen, een proces van vermenigvuldiging door celdeling begonnen, dat leidde tot de vorming van een zygote. </em></p>
<p><em>Tot dan hebben we te maken met een volkomen normale, waarneembare en reproduceerbare toestand. En toen, op de drieëntwintigste dag van dit proces, deed zich een bovennatuurlijk verschijnsel voor. We kunnen het bovennatuurlijk noemen omdat het niet verklaard kan worden door natuurlijke wetten. De kleine hartspier van deze zygote begon te kloppen. Boem-boem. Ah! Hoe? Waarom? We weten het niet. En dat is niet normaal. Maar zo gaat het met alle mensen, dus zeggen we: het is normaal. </em></p>
<p>Maar toch. Plotseling, we weten niet waarom of hoe, begint het hart van het embryo te kloppen en dit zal enkele maanden tot enkele tientallen jaren voortgaan. Het is onmogelijk om het kloppen van mijn hart te ontkennen, het is waarneembaar en meetbaar. Het is ook onmogelijk om het verhaal van de bovennatuurlijke hartslag te vergeten. Beide fenomenen zijn nauw met elkaar verbonden. Mijn bestaan bestaat uit een reeks van acties en reacties die elkaar opvolgen volgens een onontkoombaar determinisme en ik zou dit mijn levenslot kunnen noemen. De inslag van een wording die door ervaringen tot stand komt. De hartenklop spreekt me van iets anders. Hij spreekt mij van een intentie. Een beetje zoals een wever die een tapijt maakt op zijn weefgetouw. Hij verweeft de draden wol met een heel precies doel, volgens een vooraf bepaald patroon. Als ik alleen maar naar het weefgetouw kijk, zie ik draden door elkaar lopen, de een na de ander. Ik zie motieven, en ik denk: dat is mooi. Of: dit is normaal. Maar als ik naar de wever kijk zie ik hem geconcentreerd aan het werk, toegewijd aan zijn taak, vastberaden, regelmatig. Hij heeft het tapijt al in zichzelf ontworpen. De ononderbroken opeenvolging van acties en reacties op het weefgetouw is slechts het gevolg van zijn intentie. Zou ik genoegen kunnen nemen met een dergelijk beeld om mijn bestaan te verklaren? Wie is de wever? Ben ik klaar om deze wever in mijn leven te aanvaarden? Zal het echt iets veranderen? Ik heb mijn eigen idee hierover: het plan B.</p>
<p>Een voorbeeld: ik heb enkele vrienden uitgenodigd voor een etentje. Ik maak een gemengde salade klaar en een crumble van zonnige groenten: tomaten, aubergines, courgettes, pepers. Ze komen over een uur. Lolipop-Lolipop, het is Toutoune die me belt. We praten, we kletsen. Plots ruikt het raar in de keuken en komt er rook uit de oven. De crumble! Verkoold. Mijn vrienden komen over 15 minuten. Snel, plan B! Ik bel Pizza-Pipo. Hij is overboekt tot 22 uur. Nou, laat maar, ik maak wel wat ramen, ik heb nog twee uien en een blik maïs. Ik had een plan, het ging volgens plan, en mijn aandacht werd afgeleid naar een ander onderwerp. Ik heb me laten afleiden.</p>
<p>De oorspronkelijke bedoeling is niet verloren &#8211; bovendien hebben we lekker gegeten onder vrienden &#8211; maar we bevinden ons in een plan B. Ik houd van dit idee te weten dat we in een noodplan zitten. Dat doet me denken aan een citaat over onwetendheid uit het veertiende hoofdstuk van de Bhagavad Gita:</p>
<blockquote><p><em>De stoffelijke natuur wordt gevormd door de drie </em>guna’s<em>: deugd (</em>sattva<em>), passie (</em>rajas<em>) en onwetendheid (</em>tamas<em>). Laat het onderscheiden, onvergankelijke wezen de materiële natuur aanraken, o gij machtige, en hij wordt geconditioneerd door deze drie guna’s &#8230;/&#8230; Wat onwetendheid betreft, o afstammeling van Bhârata, weet dat het de misleiding van alle wezens veroorzaakt. Dit guna veroorzaakt waanzin, traagheid en slaap, die de geïncarneerde ziel ketenen&#8230;/&#8230; Waanzin en dwaasheid, begoocheling ook, komen voort uit onwetendheid.</em></p></blockquote>
<p>Ik weet niet waarom ik onwetendheid associeer met het idee van een noodplan, maar ik denk dat het goed past. Ik begrijp waarom mijn leven heel vreemd is, dat er iets ontbreekt dat ik me wel herinner. Ik weet niet wat het is, maar ik weet dat het er is, dit bovennatuurlijke kloppen dat in mijn hart resoneert. Voor sommigen heeft het leven geen betekenis en verloopt het in een verontrustende monotonie. Voor anderen is het een strijd van de wieg tot het graf, kan het zelfs in duizend stukjes eindigen met een oorverdovende explosie. Er zijn er die een vrij aardig pad hebben, zonder financiële moeilijkheden, met een mooie dosering van bevredigende culturele activiteiten. Kortom, een spectrum van 360 graden, een veelheid van actie[1]reactie varianten, zodanig dat men kan zeggen dat het leven van ieder mens uniek is. Natuurlijk is het leven van een tulp of een olifant ook uniek. Elk levend, elk bezield wezen heeft een plaats in dit beroemde reddingsplan. Maar ik zie er geen echte organisatie in.</p>
<p>Men wil me doen geloven dat er wetten zijn. Van het universum, van de natuur, van het leven in de maatschappij. Maar dat geloof ik niet. Ik heb de indruk dat dat een manoeuvre is om ons gerust te stellen en ons in onwetendheid te hou[1]den. Wetten worden niet zo goed ouder. Of ze gelden slechts voor een klein deel van de werkelijkheid. ‘Waarheid hier beneden, fout daar boven&#8230;’ Het echte leven kan niet zo ongeorganiseerd zijn. Het is niet het echte leven dat verantwoordelijk is voor al deze rommel. Dat kan het niet zijn! De troep is gecreëerd door mensen, goden en duivels, toen ze op aarde aankwamen, lang, lang geleden. Lang voor de dinosaurussen. De dinosaurussen, trouwens, dat waren wij. De mensheid, in historisch kostuum. En toen werd het weer verpest. Sommigen hadden te veel gras gegraasd, en de T-Rexen werden gek. Ze werden zo kwaad dat er een regen van asteroïden op ons viel. En wham, we vergeten alles en beginnen opnieuw. Het leven trok zich terug. En toen kwam het weer. Het komt altijd weer. Eerst als een kloppen. De fossiele hartenklop. Boem boem, boem boem, boem boem. Van Jurassic Age tot Disneyland, de fossiele hartenklop bezielt ons, steeds weer, in de kern van ons hart. Aan de basis is het leven absoluut, oneindig, eeuwig. Kortom, het is perfect. Geen puinhoop. In dit register gaat de gouden palm van mijn citaten naar Hermes Trismegistus:</p>
<blockquote><p><em>Waar spoedt ge u heen, o mensen, gij die beneveld zijt omdat ge u bedronken hebt aan het woord dat álle Gnosis mist, het woord der volstrekte onwetendheid dat ge niet verdragen kunt, en dat ge nu dan ook eindelijk uitbraakt? Houdt op en wordt nuchter: ziet weer met de ogen van uw hart! Want de boosheid der onwetendheid overstroomt de ganse aarde, richt de ziel, die in het lichaam opgesloten is, te gronde en belet haar de havens des heils binnen te lopen. Zoekt Hem die u bij de hand zal nemen en u zal geleiden naar de poorten van de Gnosis, waar het heldere Licht straalt waarin geen duisternis is; waar niemand dronken is, maar allen nuchter zijn en met het hart opzien tot Hem die gekend wil worden.</em></p>
<p>(Corpus Hermeticum Boek 3)</p></blockquote>
<p>Als ik buiten beschouwing laat wat ik zie, wat ik hoor, wat ik ruik, wat ik proef, wat ik aanraak, wat blijft er dan over? De hartenklop. Die roept me. Die zegt me: Jij bent Dat. Absoluut, oneindig, eeuwig, perfect. Er is geen god, geen duivel, geen wet, geen actie-reactie. Ik ben de hartenklop. Ik val in slaap en word elke seconde weer wakker. Ik verschijn en verdwijn elk moment. Boem boem. Ik ben het leven.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Het licht der wereld</title>
		<link>https://logon.media/nl/logon_article/het-licht-der-wereld/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ruud]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 21 Jul 2024 07:00:02 +0000</pubDate>
				<guid isPermaLink="false">https://logon.media/?post_type=logon_article&#038;p=109502</guid>

					<description><![CDATA[In onze tijd is er een steeds groter wordende groep op verschillende manieren op zoek naar bevrijding. Er wordt bijvoorbeeld bevrijding gezocht, omdat het leven als beknellend wordt ervaren; als onvrij. En hoe begrijpelijk en misschien herkenbaar het verlangen naar bevrijding ook is, is het wel mogelijk om werkelijk bevrijd te worden door naar bevrijding [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><em>In onze tijd is er een steeds groter wordende groep op verschillende manieren op zoek naar bevrijding. Er wordt bijvoorbeeld bevrijding gezocht, omdat het leven als beknellend wordt ervaren; als onvrij. </em></p>
<p><span id="more-109502"></span></p>
<p><em>En hoe begrijpelijk en misschien herkenbaar het verlangen naar bevrijding ook is, is het wel mogelijk om werkelijk bevrijd te worden door naar bevrijding voor jezelf te zoeken? Of is de bevrijdingsmogelijkheid op een andere manier in ons geëtst?</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<!--[if lt IE 9]><script>document.createElement('audio');</script><![endif]-->
<audio class="wp-audio-shortcode" id="audio-109502-1" preload="none" style="width: 100%;" controls="controls"><source type="audio/mpeg" src="https://logon.media/wp-content/uploads/2024/05/24-02-09-Het-licht-der-wereld.mp3?_=1" /><a href="https://logon.media/wp-content/uploads/2024/05/24-02-09-Het-licht-der-wereld.mp3">https://logon.media/wp-content/uploads/2024/05/24-02-09-Het-licht-der-wereld.mp3</a></audio>
<p style="text-align: center;"><em>Podcast</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ieder mensenleven ontstaat in de baarmoeder, de kleinste leefwereld die de mens in zijn of haar leven zal kennen. Als we die leefwereld als een cirkel beschouwen, dan begint deze cirkel heel klein en breidt zich vanaf dit uitgangspunt steeds verder uit. Na de geboorte wordt de leefwereld al groter, maar ook die wereld is nog steeds klein; in de wieg en dicht tegen de ouders aan. Het kindje gaat groeien en al gauw gaat het naar school, ontmoet meesters, juffen, vriendjes en vriendinnetjes, en zo breidt de leefwereld van het kind zich verder uit.</p>
<p>Misschien gaat hij of zij na het doorlopen van de middelbare school studeren of werken, nog meer van het leven ontdekken, en op allerlei manieren zoeken. Dit zoeken is in eerste instantie vaak gericht op het vinden van levensvervulling, een doel of bestemming, of van vrijheid. De hoop of het verlangen is dat die vervulling en bevrijding te vinden is in bijvoorbeeld een verre reis, een droombaan of in relaties met anderen. En zo wordt op deze ontdekkingstocht de leefwereld alsmaar groter, totdat die het grootst is. Van zo iemand wordt dan vaak gezegd dat hij of zij in de bloei van het leven is. Naarmate de jaren verstrijken, wordt geleidelijk aan de leefwereld weer wat kleiner.</p>
<p>Maar ook in de bloei van het leven is het mogelijk dat er bij sommigen iets gaat knagen dat het tóch niet helemaal lijkt te kloppen.<br />
Op een zeker moment ontstaan er wellicht vragen als ‘Waar draait het leven om? Is dit het nu?’. Bij de één ontstaan deze vragen in de vroege jeugd en bij anderen als (jong)volwassene. Bij nog weer anderen in de laatste levensfase en het kan ook zijn dat iemand er in het geheel niet mee bezig zal zijn. Levensvragen kunnen gepaard gaan met een sterk vermoeden dat er wel meer moét zijn, als een pre-herinnering aan een ander of hoger leven.</p>
<p>Het zoeken in de buitenwereld heeft een tijd voldoening gegeven, en heeft ertoe geleid dat je veel ervaring op hebt gedaan. Maar permanente levensvervulling is er niet te vinden, simpelweg omdat in onze wereld alles verandert en niets blijvend is. Wanneer door bittere ervaring de hoop op vervulling door de buitenwereld vervliegt dan kan het zijn dat iemand zich minder op de uiterlijke wereld en meer op de innerlijke wereld gaat richten. Het zoeken in de buitenwereld wordt minder, er zijn steeds meer aspecten van het leven waarvan is vastgesteld dat ook hier geen blijvend geluk in te vinden is. En dan wordt ontdekt: er is <em>geen enkele</em> plek in de wereld waar die permanente levensvervulling, of ‘Het’, te vinden is. Wellicht klinkt dit deprimerend, maar uiteindelijk is het juist het tegenovergestelde daarvan, zoals hierna zal blijken.</p>
<p>Wanneer namelijk wordt doorzien dat de vervulling niet in de wereld of in een ander te vinden is, en het ook niet meer van de wereld of de ander wordt verwacht, dan kan de zoektocht in de wereld stoppen. Er is dan namelijk een besef dat vervulling en heelheid in diepste wezen in het <em>eigen</em> binnenste is te vinden. Vanuit deze heelheid is alles al compleet en zoals het moet zijn. Het zoeken naar het zelf – in de zin van een op zichzelf gericht verlangen naar vervulling – dooft uit.</p>
<p>In het meest innerlijke in ons wezen kan dan in de vrijgekomen ruimte de aanraking van het Licht plaatsvinden. Door die aanraking wordt duidelijk dat de vervulling en de verbinding die werd gezocht altijd al heel dichtbij was, namelijk in het hart. De vreugde die met die aanraking gepaard gaat is niet afhankelijk van uiterlijke omstandigheden, want de bron van die aanraking is het Licht zelf, en dit Licht is onvergankelijk.</p>
<p>Als de binding met het Licht uiteindelijk voldoende sterk is geworden, dan kan dit niet meer worden aangetast door eventuele moeilijke omstandigheden of duisternis in de wereld. In het Johannesevangelie wordt dit door Jezus Christus aangeduid met de uitspraak:</p>
<blockquote><p><em>Ook gij hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u wederzien en uw hart zal zich verblijden en niemand ontneemt u uw blijdschap</em>. <a href="#_edn1" name="_ednref1">[1]</a></p></blockquote>
<p>Omdat de ontmoeting met de Christuskracht, oftewel met de Liefde in ons, een ontmoeting is met een eeuwigheidskracht, is er de potentie van een innerlijke vrede die niet meer ontnomen kan worden door situaties in ons leven.</p>
<p>Deze ontmoeting maakt mogelijk dat er een verlangen ontstaat om de ontvangen kracht terug te geven. In de Bergrede wordt gezegd:</p>
<blockquote><p><em>Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in uw huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken. </em><a href="#_edn2" name="_ednref2">[2]</a></p></blockquote>
<p>Deze uitspraak nodigt ons uit om de ontvangen lichtkrachten niet voor onszelf te houden (onder de korenmaat te zetten), maar deze door te geven en uit te stralen (de lamp op een standaard te zetten). Dit uitstralen beperkt zich niet tot degene die je aardig vindt, maar richt zich tot al wat leeft. Het welzijn van allen wordt belangrijk, ieder in gelijke mate. Onze talenten zijn een hulpmiddel om dit te realiseren in de wereld.</p>
<p>Toch is deze uitnodiging niet te beantwoorden met de eigen wil of het voornemen om vanaf nu het Licht uit te stralen. Het is immers het Licht zelf dat de volledige wijsheid heeft, ja de volledige wijsheid ís, en ons de weg wijst. De enige vraag aan ons is om ruimte te maken voor het Licht in ons.</p>
<p>Als we dit doen, in volledige verbinding en met oprechte en betrokken aandacht voor de mensen en al het andere om ons heen, dan kan ‘het licht schijnen voor de mensen’. Door onze overgave hier en nu wordt het Licht verspreid en kunnen mensenharten worden aangeraakt door Liefde.</p>
<p>En het bijzondere is nu, dat wanneer de zoektocht naar bevrijding voor het eigen zelf plaats maakt voor de wens om dienstbaar te zijn aan al het leven, de beknelling afneemt en er een rust kan komen. Dit houdt niet in dat je jezelf verwaarloost, of minder waard vindt dan anderen, maar de gerichtheid op bevrijding voor jezelf verandert in gerichtheid op het welzijn van ál het leven. En juist daarin is verbondenheid en vrijheid te vinden, namelijk de vrijheid ván jezelf.</p>
<p>De uitwerking van de transformatie die de Liefde mogelijk maakt, is groter dan ons verstand kan begrijpen. Het Licht dat in één mensenhart kan worden vrijgemaakt, kan ook anderen aanraken. Zo kan het Licht in omvang toenemen en zijn werkingskracht worden vergroot. Het is aan ons om het Licht vrij te maken in ons hart en het om te zetten, zodat het in de wereld kan werken. Niemand anders kan het realiseren.</p>
<blockquote><p><em>Gij zijt het licht der wereld.</em></p></blockquote>
<p>&nbsp;</p>
<h3>Bronnen:</h3>
<p><a href="#_ednref1" name="_edn1">[1]</a> Johannes 16:22</p>
<p><a href="#_ednref2" name="_edn2">[2]</a> Mattheüs 5:14-16</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
